Archief december, 2009
Henry Mintzberg- Managing
Iemand interesse om het nieuwe boek van Henry Mintzberg, Managing, te bespreken voor www.managementsite.nl?
SF Interviewing Protocols as Evolutionary Algorithms
SF Interviewing Protocols as Evolutionary Algorithms: http://bit.ly/8uuMwe
Is the Tipping Point Toast?
Interessant artikel dat laat zien Malcolm Gladwell’s analyse in the Tipping Point waarschijnlijk onjuist was: Is the Tipping Point Toast?
Paden naar oplossingen
Samenvatting van ‘Paden naar oplossingen‘
Bestaat er een manier voor coaches, leidinggevenden, medewerkers en docenten om verandering tot stand te brengen op een snelle en prettige manier? Is er een manier die tegelijk respectvol en resultaatgericht is?
Ja, die manier is er: oplossingsgericht werken.
Oplossingsgericht werken helpt om positieve doelen te stellen en uit te vinden wat werkt om vooruit te komen in de richting van die doelen. Oplossingsgericht werken is eenvoudig maar niet gemakkelijk. ‘Paden naar oplossingen’ helpt om oplossingsgericht werken beter in de vingers te krijgen en meer toepassingsmogelijkheden te ontdekken. Het boek beschrijft de aanpak op een manier die zowel voor beginners als ervaren professionals interessant en nuttig is.
Het boek bevat veel praktijkvoorbeelden en dialogen en legt de principes toegankelijk en helder uit. Bovendien staan in het boek veel nieuwe inzichten en toepassingen. Maar het boek gaat nog een stap verder door een uitgebreid overzicht te bieden van de ontstaansgeschiedenis van de oplossingsgerichte benadering en een beschrijving van wetenschappelijk onderzoek.
Inhoudsopgave
Inleiding
Oplossingsgerichte coaching
Oplossingsgerichte gespreksvoering
Oplossingsgerichte communicatie
Oplossingsgericht in andere situaties
Oplossingsgericht sturen
Oplossingsgericht werken in teams
Onderzoek
Geschiedenis van oplossingsgericht werken
Nawoord
Literatuur
Index
Hoe gebruiken interim managers de oplossingsgerichte aanpak?
Ben je een interim manager en gebruik je de oplossingsgerichte aanpak? Ik zou het leuk vinden als je iets vertelt over je ervaringen. Wanneer hoorde je voor het eerst van de oplossingsgerichte aanpak? Welke oplossingsgerichte technieken en principes gebruik je in je werk? Wat levert oplossingsgericht werken jou als interim manager op?
Oplossingsgerichte verbetering van bedrijfsprocessen
Onlangs vroeg ik organisatie-adviseurs hoe zij de de oplossingsgerichte aanpak gebruiken. Vandaag kreeg ik de onderstaande reactie toegezonden van Michiel Bontenbal:
Soort advisering: Bij een nieuw Nederlands energiebedrijf geef ik advies hoe de verschillende managers/medewerkers de bedrijfsprocessen kunnen verbeteren, vaak vanuit de LEAN gedachte. Het bedrijf heeft circa 120 complexe administratieve processen die het bijvoorbeeld mogelijk maken dat onze 800.000 klanten een factuur krijgen, een verlengingsaanbod krijgen of kunnen verhuizen. Als relatief jong energiebedrijf is het bedrijf volop in ontwikkeling en veel bedrijfsprocessen functioneren nog verre van optimaal. Gelukkig heeft iedereen bij de organisatie de wil om dit te verbeteren!
Wanneer ik voor het eerst van de oplossingsgerichte benadering hoorde en deze ben gaan gebruiken: Kort nadat in dienst trad, heb ik voor het eerst -via managementsite.nl- van de oplossingsgerichte aanpak gehoord. Inmiddels heb ik twee van je boeken gelezen: Doen wat werkt en Paden naar Oplossingen. En uiteraard wekelijks de NOAM-nieuwsbrief!
Hoe ik de oplossingsgerichte aanpak gebruik: Het oplossingsgerichte werken gebruik ik inmiddels dagelijks in mijn werk. Ik merk ook dat ik de oplossingsgerichte aanpak óók privé gebruik, maar dat terzijde.
Mijn aanpak is vooral faciliterend: ik leid workshops, hou interviews, voer gesprekken en geef gaandeweg mijn advies. In de workshops en interviews gebruik ik vaak de oplossingsgerichte vragen, zoals de schaalvraag, de continueringsvraag, de wat-gaat-er-betervraag en de nuttigvraag. Ook de wondervraag en de eerdere successenvraag (vaak in de vorm van een suggestie) komen vaak voorbij.
Hieronder twee voorbeelden van hoe ik de schaalvraag recent heb gebruikt.
Voorbeeld 1
In acht verschillende workshops heb ik – als opwarmertje – gevraagd aan de deelnemers met welk cijfer zij de verschillende processen beoordelen. Tijdens de workshops heb ik gemerkt dat het geven van een cijfer heel positief bijdraagt. De workshops gaan dan niet meer over ‘alles wat er mis gaat’ maar gaan dan ook over zaken die wél goed gaan. Het schalen stemt iedereen positiever, ook omdat iedereen ervaart dat het cijfer minder slecht is dan verwacht. Per workshop kost het cijfer geven plus het bespreken ervan ongeveer 10 minuten. Hieronder het resultaat:
Het resultaat spreekt volgens mij voor zich. Het management gebruikt deze informatie om te sturen welke processen prioriteit hebben voor verbetering. In 2010 gaan we dit herhalen en de cijfers vergelijken.
Vaak laat ik deze schaalvraag volgen door de continueringsvraag en/of de platformvraag. Vanaf daar stellen we gezamenlijk het platform vast wat er nog verbeterd kan worden.
Voorbeeld 2: Schalen van haalbaarheid en toegevoegde waarde. Hieronder wil ik je een ander voorbeeld geven hoe ik de schaalvraag toepas. Het bedrijf is voortdurend op zoek naar ‘low hanging fruit’ voor procesverbeteringen. Met het stellen van twee schaalvragen proberen we dat vaak inzichtelijk te maken. Het betreft de volgende twee vragen:
- Wat is de haalbaarheid van dit verbeterpunt? (Schaal: Eenvoudig, Gemiddeld, Moeilijk, x-as)
- Wat is de toegevoegde waarde van dit verbeterpunt? (Schaal: Hoog, Middel, Laag, y-as)
Onlangs heb ik een workshop gefaciliteeerd waarbij we gezamenlijk de prioriteit van het wegwerken van backlog bepaalden. Die workshop heeft geresulteerd in het volgende plaatje:
De punten in het vak rechtsbovenin zijn dus het ‘low hanging fruit’. De verschillende managers (hun namen staan tussen haakjes) en de COO gebruiken het resultaat. In januari mag ik een vervolg workshop organiseren.
Hoe de oplossingsgerichte aanpak me helpt in mijn werk
Ik ben bijzonder blij met de oplossingsgerichte aanpak. Het belangrijkste voordeel van de oplossingsgerichte aanpak is dat deze focust op de oplossing en niet op het probleem. Het focussen op wat goed gaat (schaalvraag, continueringsvraag, wat-gaat-er-beter vraag) stemt iedereen positiever. Ik heb onlangs het boek ‘Positivy’ van Barbara Fredrickson gelezen en ben mede door dat boek overtuigd van het nut van positiviteit.
Ik weet dat ik nog steeds veel te leren heb en nog flink kan groeien in de oplossingsgerichte benadering. Ik ben er in ieder geval druk mee bezig. De komende periode ga ik verder aan de slag met het verder integreren van de oplossingsgerichte benadering binnen mijn dagelijkse werk.
Ik dank je voor de inspiratie die je me gegeven hebt!
Vriendelijke groet,
Michiel Bontenbal
Supporting Clients’ Solution Building Process by Subtly Eliciting Positive Behaviour Descriptions and Expectations of Beneficial Change
SF co-developer Steve de Shazer wrote, in his classic publications Keys to Solution in Brief Therapy (1985) and Clues: Investigating Solutions in Brief Therapy (1988), that SF practitioners should help their clients create an expectation of beneficial change by getting a description of what they would do differently once the problem was solved. Also, he claimed subtle and implicit interventions by the SF practitioner would work best. At the time, de Shazer did not support these claims with empirical evidence. This article provides evidence for each of the assertions made by de Shazer. Only part of the evidence presented here was already available at the time of de Shazer’s writing. Evidence is discussed from diverse lines of research like Rosenthal’s Pygmalion studies, Dweck’s research on self-theories, Fredrickson’s broaden-and-build theory, research on Winograd’s prospective memory, Jeannerod’s research on the perception-action link, Wilson’s research on brief attributional interventions, research on Brehm’s reactance theory, and Bargh’s research on priming. The article closes with some reflections on what these research findings imply for SF theory and practice.
Published in Interaction, The Journal of Solution Focus in Organisations, November 2009. Full article here.
Het 4SFC model in de praktijk
Marc van Os stuurde de volgende bijdrage:
In nieuwsbrief 120 berichtte ik over het nut van het 4SFC model van Coert en Gwenda in mijn werk. In dit artikel wil ik nader ingaan op de ervaring die ik met het model opdeed in een casus met een Nederlandse filmproductiemaatschappij.
De ondersteuningsvraag kwam via mijn mediation netwerk van een mediator die jarenlang bij het Nederlands Filmfonds heeft gewerkt, Monique Wolf. Zij werd benaderd door een haar bekende filmproducent die verzuchtte dat de ontwikkeling van een filmproductie meestal moeizaam verloopt. Naarmate de productie vordert en er meer creatieve mensen bij betrokken raken ontstaan er escalerende momenten en soms ook hardnekkige conflicten. De directeur / producent en twee van haar collega producenten erkenden deze problemen en kwamen tot de conclusie dat zij degenen zouden moeten zijn om deze negatieve spiraal te doorbreken. Hun manier van werken kent al vele momenten van reflectie en professionalisering en in dit kader namen zij het besluit er daadwerkelijk iets aan te doen.
We besloten samen de vraagstelling te verhelderen en de veranderbehoefte nader te specificeren. We formuleerden een aantal duidelijke doelstellingen uit dit gesprek die deels vroegen om training en deels om coaching (helpen). Het helder vaststellen van de rol van ons als trainer / coach en van de rol van producent in de verschillende fasen van de totstandkoming van een productie was belangrijk. Het 4 SFC model in een dubbele dimensie!
In een eerste bijeenkomst spraken Monique en ik af een primaire trainingsrol aan te nemen met daarbij momenten van helpen (coachen), wanneer het zou gaan om het geleerde in de eigen praktijk toe te passen. Al spoedig bleek dat in de eerste trainingssessie de aangereikte informatie aanleiding gaf tot levendige discussies en behoefte om ervaring uit te wisselen. We maakten een switch van algemene doelstellingen die het uitgangspunt vormden, naar specifieke persoonlijke veranderbehoeften. Deze persoonlijke veranderbehoeften bleken te maken te hebben met de rollen die de producenten innemen in elke fase van het productieproces. Dit bleek een grote ontdekking. De behoefte ontstond om het productieproces door te lopen op de rollen die een producent doorgaans inneemt en daarnaast de persoonlijke invulling.
Wij zelf veranderden onze rol van een primaire trainende rol naar een primaire helpende (coachende rol). Doordat we het 4SFC model kenden maakte dit het switchen mogelijk zonder verwarring teweeg te brengen, ook naar de producenten toe. Zonder kennis van dit model zouden wij het idee hebben gehad dat wij ons doel hadden gemist en e.e.a. niet goed hadden voorbereid. In plaats van een frustratie waarbij wij onze voorbereiding niet kwijt konden, herkenden wij de behoeften van de producenten en een passende rol, waardoor we naadloos aan konden sluiten bij de behoefte. Na de eerste sessie ontstond er een schema waarbij de productie van een film onderverdeeld werd in een pré productiefase, een productiefase en een postproductiefase. Per fase bleek het mogelijk de rollen van de producenten hierin onder te brengen en te onderscheiden. We besloten een trainingsmoment in te lassen en het 4SFC model te introduceren. Aan de hand hiervan kwamen tijdens het coachingsmoment daarop volgend, de producenten erachter dat in bepaalde fasen de sturende rol en de helpende rol wel eens door elkaar liepen, waardoor verwarring ontstond en men dilemma’s tegenkwam. Dit bleek een angel te zijn in de escalerende dynamiek binnen de productie. Het 4SFC model bleek een doeltreffend kader om de rollen en de rolverdeling in te plaatsen. Men was ook hierdoor in staat om te verklaren waarom dingen anders liepen dan gewenst en wat er in de plaats daarvan nodig zou zijn geweest.
De volgende sessies werden ingevuld met de evaluatie na het oefenen met de nieuw aangeleerde vaardigheden. Hierop aansluitend werden de rollen aangescherpt en ervaringen geëvalueerd en bijgesteld. Daarnaast werden communicatieoefeningen gedaan, passend bij de rollen en bij “moeilijke types” die ook in de filmwereld kunnen voorkomen.
Uiteindelijk leidde de sessies tot een “kompas” als leidraad voor de rol van de producent in de verschillende fasen van een filmproductie. Het is de bedoeling dat dit in een breder kader wordt ingezet.
Het 4SFC model bood ons dus een dubbel kader:
- door onderscheid te maken tussen een trainende en een helpende rol konden wij goed aan sluiten bij de behoeften van de producenten, door voor de rollen
- mandaat te vragen door het verhelderen van de rollen van de producenten en deze aan te scherpen tijdens het productieproces met de bijbehorende communicatieaspecten.
De bijdrage van Coert en Gwenda in de vorm van het 4SFC model vormt voor mij een zeer belangrijke basis in mijn werk als coach, trainer en mediator. Ik wil Coert en Gwenda dan ook nadrukkelijk bedanken voor hun bijdragen aan het oplossingsgericht werken in het Nederlandse taalgebied!
Monique Wolf en Marc van Os




Laatste reacties