In het eerder genoemde boek The Origin of Wealth tracht auteur Eric Beinhocker te komen tot een nieuwe fundering voor de Economische wetenschap. Hij put daar bij uit de complexiteitstheorie en de evolutieleer. Het sterke van Beinhocker is …
Het sterke van Beinhocker is dat hij zich niet beperkt toch vage vergelijkingen en beelspraken maar een spade dieper graaft. Zijn bespreking van evolutionaire systemen interesseerde mij. Beinhocker stelt dat de economie niet vergelijkbaar is met een evolutionair systeem maar een daadwerkelijk evolutionair systeem is. Op pagina 216 tracht hij in zo eenvoudig mogelijke taal uit te drukken wat de evolutie is:
“In effect, evolution says, “I will try lots of things and see what works and do more of what works and less of what doesn’t.”
Doet sterk denken aan het oplossingsgerichte model (vandaar de titel van mijn boek Doen wat werkt), zij het dat bij oplossingsgericht werken het “try lots of things” wat minder random is dan bij biologische evolutie.
Lees ook David Creelman’s artikel over The Origin of Wealth
![]()
4 Reacties
Hoi Willem,
Een letterlijk citaat uit The Origin of Wealth:
“There is a natural tendency to equate evolution with progress, whether it is the biological climb from amoebe to human or the economic climb from the stone age to modernity. But evolutionary theorist like to remind us that there is nothing in evolution that guarantees progress. Progress itself is too subjective a term. All we can objectively say is that under certain conditions, evolution will over time lead to greater complexity, and in an economic context that means greater wealth. But as the theorists would also tell us, the trend toward greater complexity is not a sure thing either; biological history is full of collapses and extinctions, and so too is human social history.
There is thus no guarantee that we wille stay on the explosive growth curve we have been riding since 1750. one must remember that such growth is a very recent phenomenon: thus far it has lasted for only 0.01 percent of human economic history. Staying on the growth path will require that we nurture and continue to evolve the Social technologies that have provided its foundation: markets, science, and democracy. Even in the rich West, where these social technologies are the most deeply embedded, they should not be taken for granted. ….. their constant renewal must be a priority.”
Hallo Coert
Mooi citaat Vooral het laatste stukje spreekt mij aan:
“Staying on the growth path will require that we nurture and continue to evolve the Social technologies that have provided its foundation: markets, science, and democracy. Even in the rich West, where these social technologies are the most deeply embedded, they should not be taken for granted. ….. their constant renewal must be a priority.???
De term ‘social technologies’ vind ik goed gevonden omdat het gaat om meer dan organisatievormen of instellingen. Het gaat om de manier waarop mensen met elkaar omgaan op gebieden als handel, wetenschap en bestuur. De kwaliteit van relaties en gedrag dus. En dat ontwikkelen en verbeteren mensen niet zo gemakkelijk; terwijl de overgang naar primitievere omgangsvormen zoals bedrog, corruptie, dwang en geweld voortdurend op de loer ligt.
Willem, als je tijd hebt … lees dat boek. Het is briljant. Het begrip social technologies wordt zeer goed uitgewerkt en onderbouwd in het boek.


Een boeiende visie! Vooral ook omdat met de evolutieleer een meer historische bril wordt opgezet; immers wat de tand des tijds doorstaat en boven komt drijven heeft zijn kracht en waarde bewezen. ‘Doen wat werkt’ heeft wat dat betreft een stevige basis; ik citeer nog een keer: “In effect, evolution says, “I will try lots of things and see what works and do more of what works and less of what doesn’t.”
Maar is zo’n constatering niet nauw verbonden met onze westerse samenleving waarin afwijkende inzichten en creatief ondernemerschap de kans krijgen om zich te bewijzen? Wat bijvoorbeeld als dat niet of nauwelijks het geval is?
Powelson, een andere amerikaanse econoom, hanteert een lange termijn perspectief om economische ontwikkelingen te snappen. Op basis van zijn onderzoek weet hij spcifiek en concreet aan te geven onder wat voor condities zo’n evolutionaire ontwikkeling als Beinhocker schetst kansen krijgt. Hij legt het accent op de ontwikkeling van vaardigheden als conflicthantering en onderhandelen om het het geweld in de samenleving te bedwingen. Daarnaast benadrukt Powelson het ontstaan van regelgevende en bewakende instituties als financiele instellingen, een justitieel apparaat, een kadaster en een toezichthoudende overheid. Deze instellingen moet dan wel redelijk fatsoenlijk – lees niet corrupt – functioneren. De veiligheid en rechtszekerheid in steeds grotere gebieden en een toenemend vermogen van burgers om de onvermijdelijke tegenstellingen vreedzaam te beslechten markeren de overgang naar toenemende nijverheid, een groeiende middenklasse en bloeiend ondernemerschap. Powelson betoogt dat dit eigenlijk afwijkende samenlevingen zijn. Historisch gezien zijn samenlevingen waarin kleine elites en van mandarijnen of mullahs of landadel of krijgers e.d. de dienst uitmaken veel normaler. En alle instellingen in de staat hebben maar bij te dragen aan het floreren van zo’n elite. Niks rechtszekerheid! Om de zoveel tijd breekt in dit soort samenlevingen de pleuris uit. We krijgen dan een periode van woelingen waarin locale krijgsheren elkaar bevechten. Dat kan lang duren; generaties soms.
De verbreidheid van dit soort samenlevingen; de tendens ook van sommige samenlevingen om terug te vallen naar zo’n patroon, maakt mij niet erg optimistisch; Powelson trouwens ook niet. Zijn inzichten confronteren ons ook nog eens met de kwetsbaarheid van onze westerse samenleving. We nemen als vanzelfsprekend aan dat ons type samenleving de normale uitkomst is van een voortgaande evolutie. In ons historische geheugen is de herinnering aan deze unieke een zeer bijzondere ontwikkeling verdwenen. Weten wij veel dat dit ons vele eeuwen zo niet milennia gekost heeft! Weten wij veel dat barbarij, gewelddadigheid en corruptie veel normaler zijn. “Doen wat niet werkt??? en “Blijven doen wat niet werkt??? en “Vooral doen wat werkt voor de elite??? blijken ook normale en vaste patronen van menselijke interactie te zijn.
Het werk van Powelson en overigens ook dat van Elias, is voor mij vaak een bron van inspiratie. Zie bijv. http://www.managementsite.com/content/articles/311/311.asp over “Struggling with violence and fanatism???.
- Powelson, J.P. (1994) Centuries of Economic Endeavor . University of Michigan Press, Ann Arbor.
- Elias, N. (1982) Het Civilisatieproces. Het Spectrum, Utrecht