Over de zin van nut

De Belgische filosoof Peter Venmans heeft een boek geschreven met de titel Over de zin van nut. Voor wie geinteresseerd is in de achtergronden van oplossingsgericht werken en van positieve psychologie is dit boek de moeite waard. Het boek gaat namelijk uitgebreid in op de zinvolheid en grenzen van pragmatisme, zoeken naar geluk, zelfontwikkeling en dergelijke.

Op de flaptekst van dit boek staat: “De moderne mens is gesteld op efficiëntie. We willen dat problemen aangepakt worden en voelen ons verantwoordelijk voor het goed functioneren van de wereld. Geconfronteerd met onrecht kunnen we ons moeilijk voorstellen dat we niets zouden doen. Onze cultuur is door en door utilitair en pragmatisch: gericht op nuttigheid en op het oplossen van problemen. Tegelijk voelen we ons ook wel eens onbehaaglijk bij de neveneffecten van een doorgedreven nutsdenken. Een rationele aanpak van problemen leidt niet altijd tot een beter leven en brengt zelfs in gevaar wat ons het meest dierbaar is. We hebben het sterke vermoeden dat wat werkelijk van waarde is, niet in termen van nut valt uit te drukken. Maar wat vormt nu eigenlijk het probleem van het probleemoplossende denken? Wat is de zin van nut? In dit boek gaat Peter Venmans op zoek naar de filosofische bronnen van ons pragmatische levensgevoel. Hij vindt die bij Engelse utilitaristen zoals Jeremy Bentham en John Stuart Mill en bij hun Amerikaanse tegenhangers John Dewey en Richard Rorty.”

Voor wie tijd en zin heeft om zich in dit soort filosofische thema’s te verdiepen is dit boek zeker aan te bevelen. Het bevat veel interessante achtergronden over belangrijke denkers zoals William James en John Stuart Mill. Ik heb het boek nog niet uit maar ben al interessante dingen tegengekomen. Door het lezen van dit boek werd mij bijvoorbeeld meer duidelijk hoe invloedrijk deze laatste filosoof op veel hedendaagse denkers is geweest. Het volgende citaat uit het boek illustreert bijvoorbeeld hoe Mihaly Csikszentmihalyi geinspireerd is geweest door hem: “Complexe genoegens zijn volgens Mill per definitie van een hogere orde omdat ze meer een beroep doen op onze vermogens, en dat is precies wat ons gelukkig maakt: het vrije, onbelemmerde uitoefenen van datgene waar we goed in zijn, het realiseren van onze talenten. Complexe genietingen zijn bevredigender dan simple.”

Ook kwam ik via dit boek achter dat een van de uitgangspunten van de positieve psychologie al in 1971 door John Rawls treffend werd geformuleerd (en dat overigens gebaseerd is op het denken van Aristoteles): “Als het overige gelijk is, vinden mensen voldoening in het uitoefenen van hun verwezenlijkte vermogen (hun aangeboren of gevormde capaciteiten), en die voldoeningen wordt groter naarmate het vermogen meer wordt verwezenlijkt of in complexiteit toeneemt. De mens is gelukkig als hij doet waar hij goed in is en ten tweede bestaat zijn geluk erin dat hij dat talent echt ontwikkelt, dat hij binnen dat talent steeds nieuwe uitdagingen opzoekt, dat hij moeite doet en zichzelf keer op keer overwint.”

Stuur door naar een relatie

1 reactie op “Over de zin van nut”

Reageer

(zal niet zichtbaar zijn)

Als u uw reactie geplaatst heeft kunt u de reactie nog 30 minuten aanpassen. Klik hiervoor op "Bewerk reactie".

Vorige artikel:
Volgende artikel:

Laatste reacties

ManagementSite Netwerk

Redactie