Eén van de meeste fascinerende bevindingen in Jim Collins’ klassieke managementboek Good to Great: Why Some Companies Make the Leap… and Others Don’t vind ik dat het spectaculairs succes van de bedrijven die hij onderzoch niet het resultaat was van een plotselinge doorbraak transformatie. In plaats daarvan was het het resultaat van een consistente focus op verbetering en het leveren van resultaten gedurende periodes van 10 jaar of langer. Collins noemde een dergelijke periode ‘the build up phase’, de opbouwfase. Toen de bedrijven plotseling spectaculair succesvol werden was er geen sprake geweest van een magische interventie, een produkt lancering, een nieuwe marktstrategie of een drastische procesverandering. Het omgekeerde was het geval. Na jaren van gedisciplineerde focus op incrementele verandering was er een omslagpunt en barstte het succes opeens uit. Het volgende grafiekje laat dat zien.
Deze bevinding lijkt me belangrijk. Het toont een parallel met hoe individuen spectaculair goed en succesvol worden: door vele jaren van oefenen (deliberate practice; zie het werk van Anders Ericsson). Kijkend naar de grafiek lijkt het er zelfs op alsof ook de bedrijven een periode van minimaal 10 jaar nodig hebben om de top te bereiken, net als de experts in de onderzoeken van Ericsson. Het bevestigt het idee dat het bereiken van een positie van succes in hoge mate een kwestie is van het leveren van een voortdurende inspanning, jaar na jaar na jaar, zowel voor individuen als voor bedrijven.
Lees hier meer over Good to Great.


