NOAM trainingen Doen Wat Werkt
Gastbericht door Guy Shennan
In 1995 begon ik te leren om korte oplossingsgerichte therapie te doen door trainingen te volgen bij de ‘Brief Therapy Practice’, later bekend als BRIEF, het in London gevestigde oplossingsgerichte team. Tijdens één van de eerste cursussen waar ik aan deelnam vertelde Chris Iveson, een van hun oprichters, hoe zij de aanpak hadden geleerd door in het werk te observeren, zittend achter een spiegel met de boeken Keys en Clues open op hun schoot. Ik stelde me voor hoe ze gehaast de bladzijden omsloegen op zoek naar een taak om aan de wachtende cliënt te geven. Toen ik de baanbrekende boeken van Steve de Shazer las die verslag deden van de vroege ontwikkeling van korte oplossingsgerichte therapie voelde ik een sterke scheut van cognitieve dissonantie. Ze leken niet de aanpak te beschrijven die mij was aangeleerd.
Toen ik meer leerde over de commitment van BRIEF om het scheren met Ockhams scheermes waaraan Steve begonnen was, voort te zetten, begon ik me te realiseren dat ik geluk had – naar mijn mening- om door hen getraind te zijn. Hoewel er nog wat bijknipwerk aan zat te komen was hun minimale versie van korte oplossingsgerichte therapie al min of meer tot stand gekomen. Ik viel voor een aanpak die samengevat werd als bestaande uit slechts twee activiteiten: uitvinden waar de cliënt naar toe wil en uitvinden wat ze al hebben gedaan om er te komen.
Wat was de aantrekking? Het was waarschijnlijk een mengsel van eenvoud en gebruiksgemak – ik hoefde mijn hoofd niet vol te stoppen met een hoop theorie – en ook een goede match met mijn scepticisme over het hele bouwwerk van therapie. De oplossingsgerichte aanpak liet een heleboel dingen die mij niet bevielen in therapie achterwege. Soms noemde ik korte oplossingsgerichte therapie therapie voor mensen die anti-therapie waren. Ik deed de dingen niet die de mensen die ik op feestje tegenkom vrezen dat ik doe als ze horen dat ik therapeut ben – niet proberen te doorgronden, niet oordelen, geen mening hebben over wat ze doen of zouden moeten en zelfs niet de oplossingsgerichte versie van die dingen: categoriseren naar bezoeker, klager en klant en bedenken welke taak gegeven moest worden.
En ik begon me te realiseren dat ik niet eens probeer uit te vinden waar mensen naar toe willen en wat ze al doen om daar te komen. Zelfs dit hoef ik niet te weten. Ik stel eenvoudigweg vragen om hen te helpen deze dingen voor henzelf te beschrijven. Van een website over Minimal Art die ik tegenkwam: ‘Het doel van minimalisme is om de kijker toe te staan om het werk intenser te ervaren zonder de afleidingen van compositie, thema, enzovoorts.’ Voor mij is het doel van een minimale korte oplossingsgerichte therapie om cliënten toe te staan om hun gedachten, ideeën en antwoorden intenser te ervaren (sommigen zouden zeggen ‘oplossingen’) zonder de afleidingen van de gedachten, ideeën, onhandige, clevere of gecompliceerde vragen, complimenten en taken van de therapeut.
Ik heb me gerealiseerd dat ik er, naast het minimaliseren van het proces en van mijn vragen – minder ruimte innemen in de sessie om meer ruimte te bieden aan de cliënt- ook naar streef om het spul in mijn hoofd over de cliënt te minimaliseren. En dit alles is in feite een integratie van Steve’s gebruik van Ockhams scheermes met Insoo’s gebod om geen ‘voetstappen achter te laten’ en deze twee dingen zo serieus mogelijk te nemen.
~ Guy Shennan
Voor minimale discussies over dit bericht (in het Engels) kun je Guy hier bereiken: guyshennan@sfpractice.co.uk
Verwijzing: Shennan, G. & Iveson, C. (2011) From Solution to Description: Practice and research in tandem, in Cynthia Franklin et al (eds) Solution-Focused Brief Therapy: A handbook of evidence-based practice. New York: Oxford University Press.
Tags: Guy Shennan, korte, minimalisme, oplossingsgerichte, Solution-focused, therapie


