NOAM Trainingen: vooruit in oplossingsgericht werken
Mijn zienswijze is dat problemen en spanningen onvermijdbare aspecten van het leven zijn. Een leven van constant comfort, helemaal vrij van angst, ontevredenheid en frustratie is, naar mijn overtuiging, een illusie. Waarom dit zo is? Welnu, de complexiteit van het leven brengt onvoorspelbaarheid en onduidelijkheid met zich mee. Het is onvermijdelijk dat we geconfronteerd zullen worden met conflicterende eisen, tegenslag en tegenwerking in wat we willen bereiken. Ook is het zo dat de complexiteit binnen onszelf met zich meebrengt dat we vaak conflicterende impulsen en twijfels zullen hebben.
Als dit een valide beschrijving van de realiteit is dan maakt hoe we deze realiteit bezien heel veel uit. Als we problemen als normaal, functioneel en zelfs goed zien dan helpt dit ons om actieve en voldoening schenkende levens te leiden. Het oplossen van problemen kan betekenis geven aan ons leven, ons trots maken, ons een gevoel van competentie geven en maken dat we ons verbonden met anderen voelen.
Als we echter een probleem hebben met het feit dat we problemen hebben kan het zijn dat we angstig, depressief en gefrustreerd worden. Dit type metaprobleem kunnen we een surplusprobleem noemen. Dit is een tweedeorde probleem. Ik heb niet alleen een probleem, maar het feit dat ik een probleem heb vormt een probleem op zich voor me. Bijvoorbeeld: Jan voelt zich al een paar dagen depressief. Op een gegeven moment begint hij zich zorgen te maken over zijn situatie en denkt hij dat zijn depressieve gevoelens er op wijzen dat hij abnormaal is. De depressieve gevoelens vormen het primaire probleem; dat Jan denkt dat hij abnormaal is vanwege die gevoelens is het secundaire probleem, het surplusprobleem.
Wanneer mensen ons vertellen dat ze een probleem hebben dan kunnen onze reacties veel invloed hebben op of ze wel of niet een surplusprobleem zullen hebben. Als we reageren op een manier die hun zorgen over hun situatie vergroten dan hebben we onbedoeld hun surplusprobleem vergroot (“Nadat ik met mijn coach gesproken had begon ik te denken dat er echt iets mis met mij was”). Als we reageren op manier die hun zorgen verkleinen dan hebben we geholpen om het surplusprobleem te verkleinen of voorkomen (“Nadat ik met mijn coach heb gesproken heb ik paar goede ideeën bedacht om mijn probleem op te lossen”).
Voorbeelden van interventies die onbedoeld surplusproblemen creëren of vergroten zijn: 1) tegen iemand zeggen dat hij echt in therapie moet gaan, 2) als coach of therapeut tegen je cliënt zeggen dat hij of zij er nog niet aan toe is de begeleiding te beëindigen, 3) verbale en nonverbale tekenen van grote zorg die suggereren dat je de situatie van de cliënt uitzonderlijk vindt en niet normaal, 4) suggestieve vragen die suggereren dat de cliënt niet normaal functioneert (“Maar ben je wel gelukkig in je relatie?”). Dit soort interventies kunnen onbedoeld surplusproblemen opwekken.
Trouwens, het is vaak vrij gemakkelijk om surplusproblemen op te wekken bij andere mensen. Het is voor mensen, wanneer ze een probleem hebben, vaak gemakkelijk om te denken dat zij uitzonderlijk zijn vanwege het feit dat ze een probleem hebben. Veel mensen denken dat andere mensen niet zoveel problemen hebben als ze hebben. Een reden hiervoor kan zijn dat aan de buitenkant onze interne stress vaak moeilijk op te merken is. Als mensen problemen hebben dan zullen ze in het algemeen zich flink gedragen als ze zich onder de mensen begeven. We dragen ons leed meestal niet uit. Van een afstand zien mensen er meestal kalm en beheerst uit. Dit kan de verkeerde indruk wekken dat wij problemen hebben maar andere mensen niet. En het kan verklaren waarom we ontvankelijk zijn voor professionele helpers die ons ervan proberen te overtuigen dat het feit dat we problemen hebben moet betekenen dat we (hun) professionele hulp nodig hebben.
Surplusproblemen hebben maakt het meestal moeilijker om vooruitgang te boeken. Het kan bijvoorbeeld zijn dat we pessimistisch worden over of het wel mogelijk is om onze situatie te verbeteren (“misschien ben ik het soort persoon voor wie geluk gewoon niet is weggelegd…”). Wanneer onze surplusproblemen groter worden kunnen we gemakkelijk overweldigd raken en in panier raken. Je primaire probleem kan relatief klein zijn maar je begint je misschien zorgen te maken over dit probleem. Vervolgens begin je je misschien zorgen te maken over het feit dat je je zorgen maakt. Het is niet ondenkbaar dat de zaak zo uit de hand loopt. Dit is waarom het nuttig is om cliënten te helpen om te voorkomen dat surplusproblemen ontstaan. Zo kunnen cliënten hun problemen gemakkelijker oplossen en vooruitgang boeken.
Oplossingsgerichte coaches en therapeuten hebben een krachtige manier om surplusproblemen te voorkomen en bestrijden: de techniek van normaliseren. Normaliseren wordt gebruikt om de zorgen problemen van mensen te depathologiseren en ze in plaats daarvan te presenteren als normale levensproblemen. Dit helpt mensen meestal om tot rust te komen en om zich te realiseren dat ze niet abnormaal zijn vanwege hun probleem. Normaliseren helpt om te voorkomen dat surplusproblemen ontstaan. Door iets te zeggen als: “Natuurlijk ben je boos. Dat begrijp ik. Het normaal om nu boos te zijn”, kun je de ander helpen om te ontspannen en om zich relatief snel te gaan concentreren op het verbeteren van zijn situatie.

