Eén van de meest opmerkelijke autobiografieën die ik ken is die van Charles Darwin. Hij schreef deze autobiografie in de eerste plaats voor zijn kinderen en kleinkinderen omdat hij zich realiseerde hoe interessant hij het zelf zou hebben gevonden om te lezen over het leven van zijn vader en grootvader. Hoewel de filosoof Daniel Dennet de evolutietheorie van Charles Darwin misschien wel het meest baanbrekende idee dat ooit door een mens geuit was noemde……..
Hoewel de filosoof Daniel Dennet de evolutietheorie van Charles Darwin misschien wel het meest baanbrekende idee dat ooit door een mens geuit was noemde, komt in de autobiografie het beeld van een pretentieloos en ontwapenend eerlijk mens naar voren. Harold Nicolson een recensent van de The Observer noemde het boek: “Een van de eerlijkste autobiografieën die ooit zijn geschreven.” Een voorbeeld van Darwins bescheidenheid komt naar voren in het volgende citaat aan het einde van het boek: “Voorzover ik het kan beoordelen, is mijn succes als wetenschapper, wat dit ook betekend moge hebben, bepaald door ingewikkelde en uiteenlopende geestelijke kwaliteiten en gesteldheden. De belangrijkste hiervan zijn geweest: liefde voor de wetenschap, onbegrensd geduld bij het nadenken over een onderwerp, grote ijver bij het waarnemen en verzamelen van feiten, en een redelijke dosis van zowel inventiviteit als gezond verstand. Met de middelmatige talenten die ik bezit, is het oprecht verrassend dat ik hiermee in aanzienlijke mate de overtuigingen van wetenschappers op een aantal belangrijke punten heb kunnen beinvloeden.”
De autobiografie van Charles Darwin

