Hoe wenselijk is progressie?

Door: Coert Visser Gepubliceerd op 27 sep, 2010 in de rubriek Mensen
Kennisbank onderwerpen: Oplossingsgericht managen

Opleiding

Boek van de week

Agenda

Congres

Kom 24 mei 2012 naar het Nationaal Kwaliteitscongres en laat u inspireren door aansprekende praktijkverhalen. Doe kennis en ervaring op om de kwaliteit in uw organisatie vorm te geven. Wissel[...]

Veel berichten van mij gaan uit van het idee dat progressie wenselijk is (bijvoorbeeld deze, deze en deze). In feite zie ik oplossingsgericht werken in essentie als een manier om cliënten te helpen vooruitgang te boeken in de richting van hun eigen keuze. Ik zie vooruitgang als essentieel voor het vinden van betekenis en voldoening in het leven. Je zou kunnen zeggen dat ik een fan ben. Maar er is een andere en minder aantrekkelijke kant aan progressie die wellicht interessant is om op te reflecteren. Hier zijn vier minder aantrekkelijke kanten van progressie.

1. Inherente aversiviteit van progressie: hoewel progressie een mooie en lonende kant heeft zou je kunnen zeggen dat het ook een inherent aversieve kant heeft. Stel je bijvoorbeeld een dokter voor die de kans heeft om zijn diagnostische vaardigheden te verbeteren. Aan de ene kant lijkt dit aantrekkelijk omdat het een groter gevoel van competentie kan opleveren. Aan de andere kant kan het bedreigend zijn omdat deze nieuwe inzichten de dokter in kwestie bewust kunnen maken van het feit dat zijn of haar eerdere diagnostische vaardigheden minder goed waren. De dokter zou zich er zelfs bewust kunnen worden dat hij of zij eerdere diagnoses heeft gesteld die onjuist waren en die patiënten in gevaar hebben gebracht. Dit mechanisme kan optreden in veel omstandigheden. Bijvoorbeeld, als je je kijk op een belangrijk onderwerp verandert ( – religie, politiek, werk, etc – dan kan dit voelen als vooruitgang en als iets goeds in de zin dat je nieuwe zienswijze realistischer, constructiever en effectiever is.  Maar tegelijkertijd kan het aversief zijn omdat het kan zijn dat je je af kan gaan vragen hoe je ooit zo stom hebt kunnen zijn om niet te snappen wat je nu snapt.

2. Sociale afwijzing: wanneer je progressie boekt op één of ander gebied kan het zijn dat je sociale omgeving ambivalent kan staan tegenover deze progressie of zelfs ronduit afwijzend.  Er lijkt enige waarheid te schuilen in het gezegd dat je wordt neergemaaid als je hoofd boven het maaiveld uitsteekt. Psychologen en gedragseconomen hebben uitgevonden dat ieder van ons zich goed wil voelen over zichzelf en dat een belangrijke manier om te bepalen hoe goed we het doen is door sociale vergelijking. Wanneer we geconfronteerd worden met iemand die duidelijk beter dan wijzelf is in een bepaald opzicht dat kan dit een bedreiging vormen voor hoe goed we ons over onszelf voelen. We kunnen dan verschillende strategieën gebruiken om weer in evenwicht met de andere persoon te komen. Een strategie is om te betwisten dat de persoon echt beter is dan wij. Een andere strategie is om te zeggen dat de ander weliswaar beter is in dit opzicht maar slechter in een ander opzicht. Bijvoorbeeld: “Jan mag dan een goede ondernemer zijn, hij heeft geen normaal sociaal leven.”

3. Ambiguïteit van progressie: misschien zijn we het eens over de wenselijkheid van progressie maar het kan zijn dat we het oneens zijn over de vraag of we feitelijk progressie maken. Of vooruitgang feitelijk plaatsvindt is in hoge mate een kwestie van interpretatie. Vergelijk bijvoorbeeld de boeken A Short History of Progress van Ronald Wright en The Rational Optimist van Matt Ridley eens met elkaar. Het laatstgenoemde boek is een ode aan de vooruitgang die mensen door de geschiedenis heen hebben tot stand gebracht. De eerstgenoemde is een cynische kijk op wat de mensheid heeft bewerkstelligd en stelt dat wat zien als vooruitgang in feite geen vooruitgang is omdat dit het voortbestaan van onze planeet bedreigt.  Dit is een voorbeeld van hoe ons referentiekader bepaalt wat we beschouwen als vooruitgang. Maar zelfs met een grotendeels overlappend referentiekader kan het nog moeilijk zijn om bepalen of er vooruitgang is geboekt. In het bericht Visualizing progress: expect fluctuation and watch the trendline wordt uitgelegd dat progressie nooit een rechte lijn volgt maar altijd fluctueert. Zoals het bericht uitlegt schept dit enige interpretatieproblemen.

4. Angst om te falen: zelfs als we het idee van progressie waarderen kan het zijn dat we er niet zo op gericht zijn om het te bereiken. Via experimenten hebben psychologen ontdekt dat mensen vaak zelfhandicappen toepassen. Zelf-handicappen betekent dat we zelf een obstakel creëren op ons pad naar prestaties. Waarom doen we dit in hemelsnaam? Vooral omdat we vrezen wat falen zal doen met de manier waarop wij onszelf zien en waarop anderen ons zien. Als we bijvoorbeeld als intelligent willen worden gezien dan kan het idee om een onvoldoende op een toets te halen heel bedreigend voor ons zijn. In dit geval kunnen we zelfhandicappen toepassen door bijvoorbeeld de toets niet goed voor te bereiden en in plaats daarvan naar een feest te gaan en veel bier te drinken. We falen dan misschien voor de toets maar we kunnen het wijten aan een slechte voorbereiding zodat het idee dat we toch intelligent zijn niet in gevaar komt.

Ondanks dit alle blijf ik een fan en blijf ik volhouden dat het boeken van progressie een belangrijke sleutel is om betekenis en voldoening te vinden in het leven. Maar wat we kunnen leren van deze reflecties is dat er meer komt kijken bij vooruitgang boeken dat louter je best doen. In aanvulling op je best doen lijkt het erop dat we wat extra vaardigheden en zienswijzen nodig hebben. Ten eerste moeten we onderkennen dat en leren omgaan met het feit dat vooruitgang het besef met zich meebrengt dat we eerder minder goed waren in iets en mogelijk vervelende fouten hebben gemaakt. Ten tweede moeten we er ons bewust van zijn dat onze progressie bedreigend kan zijn voor anderen en moeten we leren omgaan met pogingen van anderen om weer wat naar beneden te halen. Ten derde zou het goed zijn als we beter worden in het herkennen van vooruitgang. En ten vierde moeten we een groeimindset ontwikkelen wat het minder bedreigend voor ons zal maken om te falen (meer hierover hier).

Uw reactie op deze bijdrage

  • Alle reacties die zich houden aan onze Code of conduct worden opgenomen.
  • Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Over OplossingsgerichtManagement.nl

Op deze site blogt Coert Visser over de toepassing van de oplossingsgerichte benadering in organisaties.

De OplossingsgerichtManagement Linkedin group

Volg OplossingsgerichtManagement op Twitter

Redactie