Zoals eerder vermeld op deze site denk ik dat advies geven in veel situatie minder nuttig is dan je zou denken – vooral ongevraagd advies. In het algemeen is mijn aanname dat zelfgevonden interne oplossingen, oplossingen die zijn gebaseerd op de eigen ervaring van mensen en die zijn kunnen toepassen zonder hulp of training van anderen de meest motiverende manier zijn om vooruit te komen in de veel situaties. Hieruit volgt trouwens niet dat we andere mensen niet kunnen helpen. We kunnen mensen prima helpen om zelf die interne oplossingen te vinden. Maar de beste manier om dit te doen is niet om ze oordelen en adviezen te geven. In plaats daarvan kunnen we ze, door een proces van zorgvuldig gekozen vragen en interventies, helpen om hun eigen oplossingen voor problemen te vinden (hier is een voorbeeld van hoe zo’n hulpstrategie kan worden vormgegeven).
Ik geloof dat zelfgevonden interne oplossingen de voorkeur verdienen in veel situatie, misschien de meeste situaties, maar niet in alle situaties. Mijn hypothese is dat hoe meer de beleving van autonomie en competentie van iemand wordt bedreigd, hoe nuttiger zelfgevonden interne oplossingen zijn. Hoe meer mensen het gevoel hebben dat hun behoefte aan autonomie en competentie bedreigd of belemmerd wordt hoe meer ze geneigd zullen zijn om weerstand te vertonen tegen oordelen en adviezen die op gespannen voet staan met hun eigen opvattingen en ervaringen. Mijn hypothese is dat wanneer mensen zich relatief autonoom en competent voelen ze meer geneigd zullen zijn om meningen, adviezen en zelfs kritiek van anderen te vragen. In deze omstandigheden zouden adviezen en meningen nuttig kunnen zijn.
Ik veronderstel dat de beste wijze van zelfgestuurd leren gekenmerkt wordt door een combinatie van wat ik noem praktijkleren en theorieleren (zie ook dit artikel). Praktijkleren is leren op basis van je eigen reflecties op je eigen acties. Theorieleren is leren op basis van systematische kennisontwikkeling door anderen. Gebruik maken van wetenschappelijke kennis is de meest voor de hand liggende vorm van theorieleren. Deze twee benaderen, praktijkleren en theorieleren, hebben het potentieel om elkaar aan te vullen.
Praktijkleren is situationeel, persoonlijk en motiverend omdat de behoefte aan autonomie en de behoefte aan competentie erdoor ondersteund worden. Theorieleren verbreedt je perspectief en kan je aannames en vaardigheden verruimen. Praktijkleren kan onsystematisch en spontaan verlopen maar dit hoeft niet. Een systematische manier van praktijkleren is de testen-en-leren aanpak die gebaseerd is op de aanname dat leren een iteratief en circulair proces is. Het kan als volgt worden beschreven: 1) bepaal wat je wilt bereiken, 2) bedenk een stap vooruit die geïnspireerd is op je eerdere ervaring, 3) doe een stap vooruit in de gewenste richting, 4) reflecteer op wat er gebeurt, 5) reageer op de consequenties van je stap, 6) bouw wat je leert in in je volgende stap, 7) herhaal deze stappen tot een begrijpelijk patroon begint te ontstaan. Het testen-en-leren model is een dynamisch model in de zin dat het doel niet een vastliggend plaatje is maar zich ontwikkelt terwijl het proces verder gaat.
Praktijkleren is van onschatbare waarde maar niet zonder beperkingen. De kwaliteit van wat we leren hang af van, en wordt begrensd door, wat we wel en nieuw uitproberen, en hoe goed we in staat zijn om te interpreteren wat er gebeurd als gevolg van ons handelen. De menselijke perceptie, oordeelsvorming, logica en rationaliteit zijn, zo is gebleken uit onderzoek door psychologen en gedragseconomen, verre van onfeilbaar. Daarbij komt dat uitsluitend gebruikmaken van praktijkleren inefficiënt zou zijn. Het zou betekenen dat we veel kennis die door anderen is ontwikkeld zouden mislopen en het wiel in allerlei situaties opnieuw zouden moeten uitvinden.
Theorieleren biedt zowel de mogelijkheid om onjuiste aannames die we hebben meegekregen of ontwikkeld te corrigeren als om nieuwe aanpakken te leren kennen waar we zelf niet opgekomen waren. Het is belangrijk om te onderkennen dat theorieleren ook beperkingen kent. Wetenschappelijke bevinden kunnen soms robuust en gemakkelijk toe te passen zijn, in veel andere gevallen zijn ze niet robuust en moeilijker te interpreteren en toe te passen.
Ik denk dat effectief functioneren en leren vaak een kwestie is van zowel gebruik maken van universele (ofwel ‘generieke’) kennis en particuliere (of ‘idiosyncratische’) kennis. Universele kennis betreft algemene patronen, principes en mechanismes die van toepassing zijn in een bepaald domein. Particuliere kennis heeft betrekking op principes die van toepassing zijn voor een specifieke persoon in een unieke context. Ik denk dat de primaire sterkte van praktijkleren is om particuliere kennis op te bouwen terwijl de primaire sterkte van theorieleren is om universele kennis te ontwikkelen.
|
Universele kennis |
Particuliere kennis |
|
| Praktijkleren |
(x) |
X |
| Theorieleren |
X |
Tags: autonomie, competentie, generiek, idisyncratisch, interne-oplossingen, motivatie, particulier, praktijkleren, testen-en-leren, theorieleren, universeel, zelfgevonden
2 Reacties
[...] Combineren van praktijkleren en theorieleren [...]

Ik vind dit een mooie uitleg van de gelijkwaardigheid van praktijkleren en theorieleren. Ik heb vaak het idee dat voorstanders van praktijkleren theorieleren wat onderschuiven en vice versa. Ik vraag me wel af waar sociaal leren in dit verhaal voorkomt?