De stereotype valkuil

Door: Coert Visser Gepubliceerd op 01 mei, 2012 in de rubriek Onderzoek, Psychologie
Kennisbank onderwerpen: Oplossingsgericht managen

Opleiding

Boek van de week

Gastbijdrage door Caroline Heijmans

De stereotype valkuil
Het menselijke brein is geneigd om de wereld in te delen met behulp van categorieën. Eenmaal daar, vormen die categorieën de basis van onze ideeën en oordelen. Als het donker wordt buiten en de barometer gaat omlaag, dan gaan we ervan uit dat het gaat regenen. Als we een boos grommende hond in een straatje zien, dan categoriseren we hem als ‘gevaarlijke hond’ en we lopen een blokje om. Als we naar de dokter gaan voor een of andere kwaal, dan verwachten we dat hij zich op een bepaalde manier gedraagt ten opzichte van ons. Enzovoorts, enzovoorts (Allport, 1988).

Ook mensen delen we in, en wel op basis van hun sociale categorie. Zo is er de student, de psycholoog, de arbeider, de homo, de Brabander, de bierdrinker, de shagroker en de voetballersvrouw. Dat indelen in sociale categorieën is een manier om onderlinge overeenkomsten en verschillen tussen mensen en groepen aan te geven. Bovendien vormt het de basis van onze dagelijkse sociale interactie.

Over al die sociale categorieën hebben we ook allerlei stereotype beelden gevormd. Denk maar aan onze eigen stereotypen over bankiers, advocaten, bouwvakkers en blonde vrouwen. Stereotypen zijn niet per se negatief. Er zijn genoeg voorbeelden te vinden van positieve stereotypen, maar wanneer het gaat om mensen met een andere huidskleur of een andere culturele of etnische achtergrond, dan zijn de stereotypen over het algemeen minder positief en kunnen we spreken van ‘vooroordelen’ (Stangor & Schaller, 1996).

Hoewel we het niet graag zullen toegeven, hebben we allemaal wel een vooroordeel tegen welke bevolkingsgroep dan ook: Polen drinken te veel en maken lawaai, Marokkaans-Nederlandse jongeren zijn crimineel, blonde meisjes zijn dom, Moslim-mannen onderdrukken hun vrouwen, Antillianen zijn lui…

In principe zouden we niet ongerust hoeven zijn over vooroordelen – het zijn immers gewoon meningen – ware het niet dat de gevolgen van onze stereotypen en vooroordelen zo dramatisch kunnen zijn voor individuen uit gestigmatiseerde groepen. Zo komt uit allerlei onderzoek steevast naar voren dat negatieve stereotypen een destructieve invloed kunnen hebben op prestaties. Ik geef hier twee voorbeelden.

Stereotype threat
Stereotype threat staat voor het fenomeen dat mensen onder hun niveau gaan presteren, wanneer er in de samenleving negatieve stereotypen bestaan over de eigen groep. Bijvoorbeeld: “Afro-Amerikanen hebben een lagere intelligentie” of “vrouwen zijn niet goed in wiskunde”. Stereotype threat werd voor het eerst onderzocht door Steele en Aronson in 1995. Zij toonden aan dat alleen al het invullen van ‘ras’ op het testformulier er onbewust voor zorgt dat negatieve stereotypen over Afro-Amerikanen worden geactiveerd. En daarmee ook de dreiging dat de eigen prestaties op de test het stereotype beeld over de eigen groep zullen bevestigen. Het baanbrekende onderzoek van Steele en Aronson is in de afgelopen jaren meermaals gerepliceerd, niet alleen voor stereotypen die gebaseerd zijn op ras, maar ook voor stereotypen gebaseerd op etniciteit en gender.

Selffulfilling prophecy
We gedragen ons vaak onbewust ‘afstandelijker’ of in ieder geval minder positief ten opzichte van iemand met een ander ras of etnische achtergrond. Die ander zal hierop – ook onbewust – reageren met minder ‘positief gedrag’. Omdat wij vrijwel niet in staat zijn om ons eigen gedrag accuraat in te schatten, gaan we er meestal van uit dat het ‘ligt aan de ander’. En zo worden onze negatieve vooronderstelling bevestigd – als een selffulfilling prophecy.

Dit fenomeen werd voor het eerst aangetoond door Word en collega’s in een elegant onderzoek naar de zwart-witinteractie in een werksituatie (Word, Zanna, & Cooper, 1974). In een eerste experiment moesten proefpersonen een sollicitatiegesprek voeren. De sollicitanten – twee Afro-Amerikaanse en drie blanke vrijwilligers – zaten in het complot. De manier waarop de proefpersonen met de sollicitanten communiceerden, werd nauwkeurig bestudeerd. Er bleek een duidelijk verschil in non-verbaal gedrag. Ten opzichte van Afro-Amerikaanse sollicitanten was de inter-persoonlijke afstand groter, werd minder oogcontact gemaakt, werd minder naar voren geleund, dan ten opzichte van blanke sollicitanten.
Met een tweede experiment wilden de onderzoekers aantonen dat het verschil in behandeling ook directe effecten had op de sollicitatieprestatie van de kandidaat. Nu waren het de interviewers die in het complot zaten. Deze werden vooraf getraind om op een standaardmanier te communiceren, ofwel ‘dichtbij’ (kleine interpersoonlijke afstand, oogcontact, naar voren leunen etc.), ofwel ‘verder weg’ (zie ook Mehrabian, 1971). Vervolgens werd gekeken hoe de sollicitanten in de verschillende condities presteerden. En wat bleek? De kandidaten die in het tweede experiment net zo behandeld werden als de Afro-Amerikaanse kandidaten in het eerste experiment, presteerden minder goed, toonden zelf minder wederkerigheid, en beoordeelden hun interviewer ook als minder bekwaam.

Implicaties voor professionals
De Nederlandse maatschappij is de afgelopen decennia steeds pluriformer geworden qua religie, cultuur en etniciteit. Leerkrachten, trainers, coaches en hulpverleners krijgen dan ook steeds meer te maken met mensen uit groepen waarover allerlei stereotype beelden en vooroordelen bestaan.

Wij gaan er in Nederland nogal prat op dat iedereen, ongeacht afkomst, huidskleur, sekse of religie dezelfde kansen krijgt op het gebied van onderwijs en werk. En vaak wordt er dan ook van uitgegaan dat als iemand niet slaagt, het wel aan de persoon zelf zal liggen. Maar zien we daarbij verschijnselen als stereotype threat en selffulfilling prophecy niet over het hoofd?

Voorkomen van negatieve effecten
Wat kun je als professional doen om de effecten van stereotype threat en de selffulfilling prophecy te voorkomen? In de literatuur is een aantal remedies geopperd. Ik noem er hier vijf.

  1. Let op je eigen manier van communiceren. Welke boodschap geef je zelf af met je non-verbale gedrag? Denk daarbij aan lichaamshouding, oogcontact, interpersoonlijke afstand e.d. (Mehrabian, 1971).
  2. Benadruk neutraliteit. Geef een taakbeschrijving waarbij stereotypen niet worden opgeroepen, bijvoorbeeld door aan te geven dat een test gender-neutraal is (Good, Aronson, & Inzlicht, 2003).
  3. Leg zo min mogelijk accent op onderlinge verschillen. Laat gegevens over etniciteit of gender achteraf invullen (Danaher & Crandall, 2008; Stricker & Ward, 2004).
  4. Laat mensen nadenken over aspecten van zichzelf die zij waarderen, of die ze van belang achten voor hun gevoel van eigenwaarde (Cohen, Garcia, Apfel, & Master, 2006).
  5. Leg uit wat stereotype threat inhoudt en wat de negatieve gevolgen ervan zijn. Vertel er ook bij dat het hebben van een angstig gevoel over de test, niets te maken heeft met de eigen capaciteiten, maar dat het een gevolg is van de situatie (Good, Aronson, & Inzlicht, 2003).

Referenties

  • Allport, G. W. (1988). The Nature of Prejudice. Chapters 1-4. Cambridge, MA: Perseus Books Publishers.
  • Cohen, G. L., Garcia, J., Apfel, N., & Master, A. (2006). Reducing the racial achievement gap: A social-psychological intervention. Science, 313, 1307–1310.
  • Danaher, K., & Crandall, C. S. (2008). Stereotype threat in applied settings re-examined. Journal of Applied Social Psychology, 38, 1639–1655.
  • Good, C., Aronson, J., & Inzlicht, M. (2003). Improving adolescents’ standardized test performance: An intervention to reduce the effects of stereotype threat. Journal of Applied Developmental Psychology, 24, 645–662.
  • Mehrabian, A. (1971). Silent messages. Belmont, CA: Wadsworth Publishing Company.
  • Stangor, C., & Schaller, M. (1996). Stereotypes as Individual and Collective Representations. In: C. Macrae, C. Stangor, & M. hewstone (Eds.), Stereotypes and Stereotyping, 3-40. New York: The Guilford Press.
  • Steele, C. M., & Aronson, J. (1995). Stereotype threat and the intellectual test performance of African-Americans. Journal of Personality and Social Psychology, 69, 797–811.
  • Word, C. O. , Zanna, M. P., & Cooper, J. (1974), The nonverbal mediation of self-fulfilling prophecies in interracial interaction, Journal of Experimental Social Psychology (10), 109-120.

 

Lees ook: How does Stereotype Threat work?

Tags: , , , ,

1 Reactie

[...] De stereotype valkuil [...]

Uw reactie op deze bijdrage

  • Alle reacties die zich houden aan onze Code of conduct worden opgenomen.
  • Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Over OplossingsgerichtManagement.nl

Op deze site blogt Coert Visser over de toepassing van de oplossingsgerichte benadering in organisaties.

De OplossingsgerichtManagement Linkedin group

Volg OplossingsgerichtManagement op Twitter