Sinds Francis Galtons boek over erfelijke genialiteit hebben veel wetenschappers betoogd dat erfelijke factoren grenzen stellen aan prestaties en dat alleen een selecte groep individuen uitzonderlijke prestatieniveaus kan bereiken. Maar recent onderzoek verwerpt deze zogenaamde ‘associated learning theory’ en de prestatieplateus die door deze theorie worden geimpliceerd en laat zien dat expert-presteren wordt gemedieerd door aangeleerde complexe cognitieve mechanismes. Het onderzoek beschrijft verschillende soorten deliberate practice activiteiten die mentale respresentaties ontwikkelen en verfijnen. Deze maken het op hun beurt mogelijk dat de bereikte prestaties het functioneren overtreffen dat alleen gebaseerd is op langdurige ervaring. Empirisch onderzoek wordt besproken om te tonen dat expertfunctioneren en uitzonderlijke prestaties primair worden begrensd door de mate waarin het individu deliberate practice toepast en door de kwaliteit van de beschikbare trainingsmiddelen.
Lees het volledige artikel (Engels)
Lees ook: Deliberate practice and deep practice

