Een werkwoord voor intelligentie

Door: Coert Visser Gepubliceerd op 08 apr, 2009 in de rubriek Ongerubriceerd
Kennisbank onderwerpen: Oplossingsgericht managen, Talent ontwikkeling

Opleiding

Boek van de week

Oplossingsgerichte coaches onderscheiden het probleem van de persoon. Hier is een voorbeeld: in plaats van te zeggen dat iemand depressief is, zeggen ze bijvoorbeeld dat iemand zich depressief gedraagt of depressief gedrag vertoont. Het Milaan team van Palazzoli, Cecchin, Boscolo en Prata behoorden tot de eersten die zich realiseerden dat zeggen dat de persoon het probleem is (‘Jan is een verlegen persoon) een statisch beeld van menselijk functioneren schept. Er is een alternatief. Zoals Walter en Peller (1990) zeggen: “Het gebruik van werkwoorden zoals toon, doen, lijken, zich gedragen en handelen alsof, leiden tot een zienswijze dat gedragingen tijdelijk en veranderbaar zijn.”

Ik ben blij om te constateren dat deze dynamische en optimistische zienswijze van menselijk functioneren terrein lijkt te winnen binnen de psychologie. Een voorbeeld is het boek Intelligence and how to get it door Dick Nisbett (hier een recensie die ik schreef van dit boek). Een paar dagen geleden voltooide ik een uitgebreide recensie van dit boek voor een nieuw tijdschrift over oplossingsgericht werken in organisaties: Interaction. In deze recensie reflecteer ik op een aantal parallellen tussen het boek en oplossingsgerichte aannames. Mijn recensie bracht Kirsten Dierolf (een van ander leden uit de board van dit tijdschrift) ertoe om te zeggen dat het goed zou zijn om te denken over intelligentie in termen van een werkwoord.

Leuk idee… Wat zouden we kunnen gaan zeggen in plaats van: “Jan is intelligent?” Mm … “Jan intelligeert?”,  ”Jan intellecteert?,  ”Jan slimt?”.

Ideeën?

Zie ook: 9 indications that intelligence can be developed

Tags: , , ,

5 Reacties

Jan Peter Bogers: 9 apr 2009

Het werkwoord “intelligeren”. 
Ik ben er nu al een groot voorstander van, omdat het leuke mogelijkheden schept: ik intelligeer, jij (of Jan) intelligeert. Ik bel je zo terug, ik zit even te intelligeren. Kun je er dan ook een gebiedende wijs van maken: intelligeer (en snel een beetje)! 
Grappig dus, maar hebben we er ook wat aan? Betekent het iets? Een werkwoord impliceert een handeling, maar als we die handeling niet kunnen waarnemen, wordt het al meteen ingewikkeld om er betekenis aan te geven. En gaan we interpreteren. 
“Jan graaft”. Da’s duidelijk, we zien hem ijverig met een schep in de hand staan. En hij kan de handeling veranderen of er zelfs mee stoppen en dat kunnen we zien. Jan legt zijn schep neer. 
 ”Jan graaft een kuil” lijkt net zo simpel, maar hier ligt interpretatie al op de loer… graaft Jan echt een kuil of bouwt hij een berg? Als iemand het kan weten, is het Jan zelf en zelfs dat is niet zeker. “O, ik stond wat voor me uit te scheppen”, aldus Jan, “verrek, wat doet die berg hier?!” 
Alle gekheid op een schepje, ik denk niet dat het werkwoord “intelligeren”, hoe leuk het ook is, iets toevoegt aan onze taal. En sommige dingen ben je nu eenmaal en doe je niet (zeg ik met enige professionele pijn in het hart, want als trainer en coach hoop ik altijd op mogelijke verandering, verbreding, verdieping etc). De uitdaging voor de coaches, zowel degenen die zeggen “hij is depressief” als “hij vertoont depressief gedrag” (ik hoor dat overigens zelden een coach zeggen, ik vind de woordkeus meer die van de psycholoog) blijft het concreet maken van hun observaties. Met werkwoorden die werken, die we kunnen waarnemen, die we kunnen veranderen en die ons uitdagen. 
“Jan steekt een stuk hout met een ijzeren uiteinde in de grond, haalt het er weer uit, hee, er ligt opeens zand op en Jan gooit het zand 40 cm naar rechts”. Ok, ik geef het toe, het blijft zoeken…

Coert Visser: 9 apr 2009

beste Jan Peter, dank je voor je reactie. ik wilde je wijzen op de vele reacties die er al op dit bericht kwamen op mijn engelse blog maar ik zag dat je dat zelf al ontdekt had: http://solutionfocusedchange.blogspot.com/2009/04/verb-for-intelligence.html

Gonnie Hoonhout: 9 apr 2009

Beste Coert, Da aanname dat ‘zijn’ betekent dat er sprake is van een onveranderbare toestand, lijkt me een niet-oplossingsgericht uitgangspunt. Wellicht kun je daarom beter deze aanname loslaten in plaats van taalgebruik te gaan veranderen… Met vriendelijke groet, Gonnie Hoonhout Senior procesbegeleider voor (o.a.) hoogbegaafden zie http://www.omdetafel.com

Coert Visser: 9 apr 2009

beste Gonnie, dank je voor je commentaar

Caroline Heijmans, MSc: 7 jun 2012

Hoi Coert,

Doet me denken aan het LCM-model (Semin & Fiedler, 1988, 1991, 1992), een conceptueel kader om sociaal-psychologische processen beter te kunnen begrijpen. Het model wordt gebruikt om taaluitingen in interpersoonlijke communicatie te analyseren.

Het model onderscheidt vier categorieën van interpersoonlijk taalgebruik, namelijk:

1. beschrijvende actiewerkwoorden
Dit zijn de meest concrete termen, die worden gebruikt om een beschrijving te geven van een waarneembare gebeurtenis. Bijvoorbeeld: A slaat B.

2. interpretatieve actiewerkwoorden
Deze werkwoorden beschrijven een specifieke gebeurtenis, maar zijn al abstracter dan de eerste categorie. Ze geven een interpretatie van een waarneembare gebeurtenis. Bijvoorbeeld: A doet B pijn.

3. toestandbeschrijvende actiewerkwoorden
Deze werkwoorden beschrijven niet meer een waarneembare gebeurtenis, maar herleiden (=interpreteren) deze tot een (waarneembare?) emotionele toestand. Bijvoorbeeld. A haat B.

4. toestandbeschrivjende bijvoeglijke naamwoorden
Dit is de meest abstracte categorie. Bijvoeglijke naamwoorden beschrijven alleen het subject, niet de gebeurtenis. Bijvoorbeeld: A is agressief.

Voor wie dit interessant vindt: er is een uitgebreide beschrijving te vinden op het internet (http://www.cratylus.org/resources/uploadedFiles/1151434261594-8567.pdf).

Bronnen:
Semin, G. R. & Fiedler, K. (1988). The cognitive functions of linguistic
categories in describing persons: Social cognition and language. Journal of Personality and
Social Psychology, 54, 558-568.

Semin, G. R. & Fiedler, K. (1989). Relocating attributional phenomena
within the language-cognition interface: The case of actor-observer perspectives.
European Journal of Social Psychology, 19, 491-508.

Semin, G. R. & Fiedler, K. (1991). The linguistic category model, its bases,
applications and range. In Stroebe, W. and M. Hewstone (Eds.). European Review of Social
Psychology, Vol. 2. (pp.1-30) Chichester: Wiley.

Semin G. R. & Fiedler, K. (1992). Language, interaction and social
cognition. In G. R. Semin and K. Fiedler (Eds.) Language, interaction and social cognition
(pp.1-10). London, California: Sage Publications.

Uw reactie op deze bijdrage

  • Alle reacties die zich houden aan onze Code of conduct worden opgenomen.
  • Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Over OplossingsgerichtManagement.nl

Op deze site blogt Coert Visser over de toepassing van de oplossingsgerichte benadering in organisaties.

De OplossingsgerichtManagement Linkedin group

Volg OplossingsgerichtManagement op Twitter