Een afdeling was bezig met een cultuurverandering waarbij het beter nakomen van afspraken een belangrijk doel was. Het veranderproces was gestart en had aanvankelijk geleid tot hoopgevende resultaten. Na ongeveer anderhalf jaar stelde men vast dat de klad erin was gekomen. Verschillende oude problemen traden opnieuw op en er was geen duidelijke sprake meer van vooruitgang. De afdelingsmanager belegde een vergadering over dit onderwerp. Hij benadrukte dat het normaal was dat er een terugval optrad en nodigde de medewerkers uit om in kaart te brengen wat er allemaal was bereikt sinds de verandering was begonnen. De vraag die hij steeds weer op geïnteresseerde en uitnodigende manier stelde, was: “Wat gaat er beter sinds we met de verandering zijn begonnen?” Bij ieder punt dat genoemd werd vroeg hij bovendien wat de voordelen ervan waren en hoe het gelukt was ze te bereiken. Nadat de groep langzaam op gang was gekomen lukte het na verloop van tijd steeds beter om voorbeelden te noemen van dingen die er al beter gingen. Dit leverde een indrukwekkende hoeveelheid positief materiaal op en het was in de sessie te merken dat het enthousiasme voor de veranderdoelen weer toenam. Bovendien ontstond er weer trots en hoop. De manager nodigde de medewerkers vervolgens uit om te formuleren welke concrete resultaten zij de komende periode wilden gaan realiseren wat leidde tot een mooie lijst van afspraken. De energie voor verandering was even minder geweest maar na de sessie was hij terug.

