Om betekenis te geven aan de gebeurtenissen in hun leven kennen mensen causale verklaringen toe aan deze gebeurtenissen. Psychologen noemen ditproces attributie. Martin Seligman (1991) heeft de volgende drie dimensies van attributiestijlen beschreven:
- Permanence: is de oorzaak van de gebeurtenis permanent of tijdelijk?
- Pervasiveness: zal de oorzaak van de gebeurtenis doorwerken in alle aspecten van het leven van de cliënt (permanent) of zich beperken tot deze constext (specifiek)?
- Personalization: is de oorzaak van de gebeurtenis intern (veroorzaakt door de persoon zelf) of extern (veroorzaakt door anderen)?
Seligman legde uit dat het verschil tussen optimisme en pessimisme kan worden beschreven aan de hand van deze drie dimensies. Wanneer we pessimistisch denken zijn we geneigd om negatieve gebeurtenissen te interpreteren als 1) permanent, 2) pervasive, en 3) intern. We zijn dan geneigd om positieve gebeurtenissen te zien als 1) tijdelijk, 2) specifiek, en 3) extern. Het omgekeerde is het geval wanneer we optimistisch denken. In die state of mind interpreteren we negatieve gebeurtenissen als 1) tijdelijk, 2) specifiek, en 3) extern en we interpreteren positieve gebeurtenissen als 1) permanent, 2) pervasive, en 3) intern.
In zijn boek legt Seligman uit dat een optimistische denkstijl (zoals hierboven gedefinieerd) in veel omstandigheden in het leven veel voordelen heeft en leidt tot veel positieve uitkomsten. Ook laat hij zien dan een optimistische denkstijl kan worden aangeleerd via training.
Traditioneel hebben psychologen vooral directieve interventies gebruikt om de attributiestijlen van hun cliënten te beïnvloeden.
De oplossingsgerichte benadering gebruikt non-directieve, niet confronterende interventies die op subtiele wijze invloed hebben op de attributiestijlen van cliënten. Deze interventies bevatten impliciete assumpties die langzaam en subtiel de pessimistische attributiestijl van de cliënt doen verschuiven in een meer optimistische richting. Het voordeel van meer impliciete, subtiele interventies is dat deze een defensieve respons van de cliënt voorkomen en dat deze de beleefde autonomie van de cliënt ondersteunen en, inderdaad, zijn interne attributie.
De tabel hieronder contrasteert een meer directieve interventiestijl met een meer impliciete interventiestijl.
|
Doel van de interventie is om de attributie te doen verschuiven van:
|
Enkele willekeurige voorbeelden van directieve interventies
|
Enkele willekeurige voorbeelden van oplossingsgerichte, impliciete interventies
|
|
|
Negatieve gebeurtenissen
|
Permanent → Tijdelijk
|
“Geloof me, straks gaat het beter. Je zult het zien!”
|
“How zul jij straks merken dat dingen weer beter gaan?”
|
|
Pervasief → Specifiek
|
“Hoe weet jij zeker dat dit probleem op je werk ook effect zal hebben op de relatie met je vrouw?”
|
“Welke dingen in je leven hoeven er niet te veranderen omdat ze al goed genoegd gaan?”
|
|
|
Intern → Extern
|
“Geef jezelf de schuld niet. Het was jouw fout niet!”
|
“Hoe krijg jij het voor elkaar om vol te houden in zulke moeilijke omstandigheden?”
|
|
|
Positieve
gebeurtenissen
|
Tijdelijk → Permanent
|
“Waarom denk je dat dit alleen maar een kwestie van geluk was?”
|
“Welke kleine tekenen wijzen erop dat je in staat zult zijn om deze verbetering vast te houden?”
|
|
Specifiek → Pervasief
|
“Ik denk dat je wel zult merken dat andere dingen in je leven nu ook beter zullen gaan!”
|
“Hoe zal je vrouw het straks merken als het weer beter gaat op je werk?”
|
|
|
Extern → Intern
|
“Goed gedaan. Dit toont hoe intelligent jij bent!”
|
“Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?”
|
Tags: autonomy, brief attributional interventions, directive, implicit, martin-seligman, non-confrontational, optimism, pessimism, Solution-focused, subtle

