Waarin de oplossingsgerichte veranderbenadering zich wel onderscheid van veel andere veranderaanpakken is dat er steeds wordt gewerkt in de richting van een situatie die goed genoeg is. Er wordt niet gestreefd naar een ideale toekomst. Die gaat er per definitie niet komen. In plaats daarvan wordt gewerkt in de richting van de gewenste situatie, de situatie die goed genoeg is. Passend bij dit uitgangspunt is dat er niet meer wordt veranderd dan echt nodig is.
Vaak bestaat de neiging om, wanneer en problemen zijn, het roer helemaal om te gooien. Maar zo’n aanpak brengt vaak veel onrust met zich mee en creeert onnodige onzekerheid. Mensen leiden er de impliciete boodschap uit af dat blijkbaar alles tot nu toe verkeerd was. Bovendien wordt bij deze ‘het roer moet om’ aanpakken soms het kind met het badwater weggespoeld. Ook dingen die eigenlijk al goed gingen worden veranderd waardoor er op eens nieuwe problemen ontstaan. Bij oplossingsgericht werken is er in het begin van het veranderproces vaak expliciet aandacht voor de volgende vraag:
WAT HOEFT ER NIET TE VERANDEREN?
Door deze vraag centraal te stellen krijgt men oog voor de dingen die nu al goed gaan wat vaak de energie voor verandering ten goede komt. Men krijgt het besef dat er toch al dingen goed gaan. Dit versterkt de hoop en trots van de mensen in de organisatie. Bovendien brengt het besef dat er dingen goed gaan mensen nogal eens op ideeën om een stap vooruit te zetten. Nadat deze vraag goed beantwoord is kan de vraag beantwoord worden waaraan er wel iets moet worden veranderd. Zo kan de verandering heel gericht plaatsvinden en wordt er niet meer overhoop gehaald dan nodig.

