Van een manager bij een onderwijsbegeleidingsdienst kreeg ik de vraag hoe je oplossingsgerichte principes en technieken kunt toepassen in offertes en en e-mails. Een interessante en belangrijke vraag. Oplossingsgericht werken wordt meestal vooral geassocieerd met gespreksvoering maar er is geen enkele reden waarom het niet ook bij schriftelijke communicatie zou kunnen worden toegepast. Hier zijn, voor de vuist weg, enkele suggesties om uw schriftelijke communicatie iets oplossingsgerichter te maken:
Testing the Association between Solution-Focused Coaching and Client Perceived Coaching Outcomes
Visser, C.F. (2011). Testing the Association between Solution-Focused Coaching and Client Perceived Coaching Outcomes. InterAction 3 (2), 9-27
Dit artikel beschrijft een onderzoek naar de samenhang tussen oplossingsgerichte gedragingen van coaches en hoe cliënten de resultaten van de coaching beleven. Een internet-enquête werd afgenomen bij 200 cliënten van coaches. De enquête bestond uit een lijst van 28 gedragingen van coaches waarvan er 14 oplossingsgericht waren; de overige items beschreven gedragingen die oplossingsgerichte coaches bewust achterwege laten. Aan cliënten werd ook gevraagd hoe effectief de coaching in hun ogen was geweest. Oplossingsgerichte coachgedragingen bleken sterk samen te hangen met positieve coachingsresultaten. Niet-oplossingsgerichte coachingsgedragingen waren matig negatief gecorreleerd aan coachingsresultaten. Een multiple regressie analyse gaf inzicht in welke specifieke coachingsgedragingen voorspellend van coachingssucces waren. Het artikel sluit af met enkele beschouwingen over de implicaties van de studie en met suggesties voor vervolgonderzoek.
Naar aanleiding van mijn post Over waarheid: we kunnen onjuist en onjuister van elkaar onderscheiden kreeg ik verschillende reacties. Eén antwoord bevatte de volgende opmerking: “Afgaand op wat ik begrijp van radicaal constructivisme (en ik denk dat ik dat ben) wordt de realiteit niet ontkend. Het is alleen zo dat “de echte realiteit” niet objectief gekend kan worden omdat er altijd een subject naar kijken, ofwel direct, dan wel indirect via apparaten. Dus elke kijk op de realiteit is waar in zichzelf en voor zichzelf. Maar dat belet mensen niet om met elkaar te praten over verschillende zienswijzen en om te komen tot een consensus over wat de echter realiteit is (of werkelijkheid “daar buiten” zoals constructivisten zeggen). Toen iedereen dacht dat de aarde plat was, was dat ook zo. Maar, op een dag, deed iemand een experiment en een meting en nam waar dat hij rond was. Persoonlijke ervaring ondersteunde die overtuiging en we moeten nog wachten op iemand die kan bewijzen dat de aarde toch plat of kubusvormig is. Dus we vertrouwen erop in die mate dat we onze twijfel laten varen en gaan er van uit dat de werkelijk ‘daarbuiten’ is dat de aarde inderdaad bolvormig is.”
Hier zijn mijn gedachten over dit onderwerp: Ik zou niet zeggen dat “elke kijk op de realiteit waar is in zichzelf en voor zichzelf..” Ik denk dat elke zienswijze waar kan lijken of voelen maar dit betekent niet dat deze ook feitelijk waar is. Ook zou ik niet zeggen: “Toen iedereen dacht dat de aarde plat was, was dat ook zo”. Ik zou zeggen: “Hoewel iedereen ooit dacht dat de aarde plat was, was dat feitelijk niet zo.” Het maakte misschien voor de meeste mensen weinig uit of hij wel of niet plat was en ze namen de veronderstelde platheid van de aarde voor waar. Dit was echter geen goede weerspiegeling van de werkelijke vorm van de aarde, die niet plat is.
David Creelman publiceert binnenkort een artikel over het gebruik van diagnostiek bij personeelsbeslissingen. In dat artikel wijst hij op enkele problemen met formele diagnostische tools. Hij betoogt dat organisaties formele instrumenten altijd in combinatie met informele instrumenten moeten gebruiken. Ik zal een linkje naar dat artikel plaatsen wanneer het online is. In de tussentijd vroeg David mij naar mening over het onderwerp van diagnostiek in personeelsmanagement en hier is mijn antwoord:
Ik vroeger heb jarenlang gewerkt als arbeids- en organisatiepsycholoog en heb veel tests afgenomen en assessments uitgevoerd. Had je me het in die tijd gevraagd dan had ik gezegd dat het gebruik van objectieve assessmenttechnieken de manier zijn om de utiliteit van personeelsbeslissingen te vergroten.
Ik ontving een interessante reactie op mijn post Twee dimensies van rationaliteit: “Is oplossingsgericht werken niet gebaseerd op het constructivisme? Misschien ben ik te radicaal maar in dat geval zou dat betekenen dat er niet zo iets bestaat als “wat waar is” (om preciezer te zijn: wat waar is is onweetbaar omdat ieder soort kennis geconstrueerd wordt in je eigen gedachten). Dus komt het neer op “wat werkt” en “wat jij ervaart als waar” (wat betekent dat iemand anders iets misschien op een andere manier heeft ervaren, “waar in andere opzicht of zelfs onwaar vanuit hun gezichtspunt).”
Mijn antwoord is: Bedankt voor je reactie. Ja, een van de belangrijke inspiraties voor de mensen die oorspronkelijk oplossingsgericht werken hebben beschreven was het sociaal constructivisme / sociaal constructionisme, wat populaire filosofische perspectieven waren in die tijd. Deze kennistheorieën kijken naar hoe sociale verschijnselen zich ontwikkelen in sociale contexten. Sommige mensen die geïnspireerd zijn door deze ideeën denken dat objectieve waarheid niet kenbaar is voor ons. Anderen stellen zelfs dat objectieve werkelijkheid niet bestaat. Die mensen kunnen bijvoorbeeld zeggen dat er niet één waarheid is maar dat er vele waarheden zijn of ze kunnen zelfs het hele idee van waarheid en realiteit verwerpen.
Deze zesdaagse opleiding, die wordt verzorgd door Gwenda Schlundt Bodien en Coert Visser, is bedoeld voor professionals die oplossingsgericht willen werken en de interventies en grondhouding steeds preciezer en grondiger in de vingers willen leren krijgen. Gedurende zes opleidingsdagen gaat u aan de slag met de oplossingsgerichte technieken bij individuele coachingsvragen en teamcoachingsvragen. U krijgt veel gelegenheid om te oefenen met uw eigen cases en op de trainers. Door de zes intensieve dagen wordt uw oplossingsgerichte repertoire steeds uitgebreider en gaan uw oplossingsgerichte interventies steeds haarscherper en vloeiender worden. Deelnemers leren hoe ze de oplossingsgerichte interventies bij diverse interacties en in diverse contexten (een op een context, teams soepel toe te passen. De opleiding is bedoeld voor coaches en professionals die oplossingsgericht werken interessant vinden en er steeds beter in willen worden. De opleiding vindt plaats in Conferentiecentrum Drakenburg in Baarn. Meer informatie.
In zijn boek What Intelligence Tests Miss: The Psychology of Rational Thought legt Keith Stanovich uit hoe cognitieve psychologen het begrip rationaliteit definiëren. Ze onderscheiden twee basale vormen van rationaliteit: 1) instrumentele rationaliteit, je op zo’n manier gedragen dat je bereikt wat je wilt bereiken, en 2) epistemische rationaliteit, er voor zorgen dat je overtuigingen corresponderen met de werkelijk structuur van de wereld.
Op het gevaar af om te veel te vereenvoudigen lijkt het erop dat instrumentele rationaliteit gaat over doen wat werkt en epistemische rationaliteit over waarheid en de realiteit zien voor wat zij is. Het lijkt een valkuil om beide van deze rationaliteiten te negeren. Twee onwenselijke dingen kunnen dan gebeuren:
Over deliberate practice
Ik heb veel geschreven over deliberate practice. Onderzoekers hebben laten zien dat er een gebrek aan bewijs is voor de stelling dat natuurlijke aanleg de belangrijkste bepaler van topprestaties is. Zij hebben ontdekt dat, in plaats daarvan, de hoeveelheid tijd die een individu heeft geoefend en de manier waarop hij of zij heeft geoefend, wel van cruciaal belang is. (Lees meer over deliberate practice hier en hier). Recent zijn er twee artikelen gepubliceerd over het relatieve belang van respectievelijk deliberate practice en ‘talent’ voor het bereiken van hoge niveaus van functioneren. Ten eerste was er het artikel Deliberate Practice Is Necessary but Not Sufficient to Explain Individual Differences in Piano Sight-Reading Skill door E. Meinz en D. Hambrick. Ten tweede was er het artikel Deliberate Practice: Necessary But Not Sufficient door G. Campitelli en F. Gobet. Werpen deze artikelen een nieuw licht op hoe belangrijk deliberate practice is? Maken ze het nodig om terug te keren naar het idee dat uiteindelijke aangeboren talenten toch doorslaggevend zijn voor toppresteren? Hebben de auteurs van deze twee artikelen het ongelijk van Anders Ericsson en zijn collega’s aangetoond? Nee. Ik zal uitleggen waarom dat niet zo is.
Recent heb ik heb ik enkele uitgangspunten van oplossingsgerichte organisatieverandering beschreven. Hier zijn ze:
Ik zie progressie als cruciaal voor het vinden van betekenis en voldoening in het leven (hoewel ik toegeef dat er ook minder aantrekkelijke kanten aan progressie kunnen zitten). Ook heb ik geschreven over het motiverende effect van progressie (zie bijvoorbeeld dit bericht: Gerichtheid op nut en progressie in oplossingsgerichte organisatieverandering). Is er bewijs voor het motiverende effect van progressie? Dat is er nu inderdaad. Teresa Amabile en Steven J. Kramer hebben het boek The Progress Principle: Using Small Wins to Ignite Joy, Engagement, and Creativity at Work geschreven waarin zijn verslag doen van een grootschalig onderzoek naar het functioneren van medewerkers en hun motivatie.
Op deze site blogt Coert Visser over de toepassing van de oplossingsgerichte benadering in organisaties.

Laatste reacties
bedankt Suchita!…
reactie op: Voorbeeld van een oplossingsgericht stuurgesprekEen goede video, prettig om op deze manier beter kennis te nemen van deze werkwijze! …
reactie op: Voorbeeld van een oplossingsgericht stuurgesprekBedankt Ruud!…
reactie op: Voorbeeld van een oplossingsgericht stuurgesprek