Ik weet niet wat ik moet denken over het onderwerp van de vrije wil. Sam Harris stelt, in zijn nieuwe boek Free Will (dat ik niet heb gelezen, het komt pas uit in maart) dat de vrije wil niet bestaat. De bioloog Jerry Coyne is het hier mee eens. In zijn column Why you don’t really have free will zegt hij dat, hoewel we denken dat we een vrije wil hebben, dit eigenlijk niet zo is. Hij zegt ook dat er niet veel nadelen zijn aan het loslaten van het idee van een vrije wil en wel enkele belangrijke voordelen. Eén van de voordelen die hij noemt is dat het veel gemakkelijker zal worden om empathie te hebben voor andere mensen als we ons realiseren dat hun gedrag is gebaseerd op genen en omgeving, niet op vrije wil.
Onderzoekers op het gebied van de priming praten in termen van de automaticiteit van het zijn. John Bargh schreef: “Het grootste deel van iemands alledaagse leven worden niet bepaald door bewuste bedoelingen en doelgerichte keuzes maar door mentale processen die in beweging zijn gezet door kenmerken van de omgeving en die buiten ons bewustzijn en sturing om werken. De psycholoog Daniel Wegner, auteur van The Illusion of Conscious Will lijkt nog een stapje verder te gaan toen hij zei: “… de wil is niet een psychologische kracht die actie veroorzaakt. Het is eerder een perceptie die resulteert uit interpretatie. Het is een bewuste ervaring die slechts een vrij zwakke rol spelen, of misschien zelfs geen enkele, in de feitelijk relaties tussen de cognitie en actie van die persoon”
Een volledig tegengestelde positie wordt ingenomen door Valery Chirkov die schrijft, in een hoofdstuk in Human Autonomy in Cross-Cultural Context: “Eén van de redenen voor het schrijven van dit hoofdstuk is mijn sterke overtuiging dat de these dat menselijke autonomie een illusie is niet alleen foutief is maar ook gevaarlijk voor de verdere ontwikkeling van onze beschaving. Dit is zo omdat deze these een van de fundamentele condities voor menselijkheid en welbevinden verplaatst naar het domein van relativiteit, sociale onderhandeling en linguïstische constructie, en mensen achterlaat zonder duidelijk fundament voor hun zoektocht naar een beter leven. Chirkov noemt het werk van Daniel Dennett die heeft voorgesteld dat vrijheid evolueert: terwijl we evolueren heeft er een geleidelijke toename in onze vrijheidsgraden plaatsgevonden.
Ik blijf achter in verwarring. Is de vraag of we een vrije wil hebben wel goed gesteld? Moeten dit onderwerp in discontinue termen definiëren (hebben we een vrije wil of niet?) of zou het beter zijn om het in continue termen in te kaderen (in welke mate beschikken we over, of kunnen we beschikken over, een vrije wil?). Zou het waar kunnen zijn dat de vrije wil geheel een illusie is maar dat deze illusie bijdraagt aan ons welbevinden? (zie het onderzoek naar zelfdeterminatie wat laat zien dat de vervulling van onze behoefte aan ‘beleefde’ autonomie bijdraagt aan ons welbevinden en functioneren). Is de vraag of we een vrije wil hebben überhaupt een belangrijke vraag? Welke perspectief is overtuigender: Coynes perspectief dat het loslaten van de illusie van de vrije wil ons empathischer zal maken of Chirkovs perspectief dat het verliezen van het geloof in onze autonomie ons zal ontmoedigen om te proberen onze levens te verbeteren?
Tags: autonomie, Daniel Dennett, Daniel Wegner, evolutie, Illusie, Jerry Coyne, John Bargh, Sam Harris, verwarring, vrije wil
3 Reacties
Bedankt Willem en ook de beste wensen voor jou voor 2012!
Prachtig onderwerp, voor diegene opzoek naar meer duidelijkheid hierover zeer helder neergezet door Victor Lamme – Vrije wil bestaat niet.


Het is inderdaad zo’n vraag die je hoofd kan doen tollen. Een beetje vergelijkbaar met het vraagstuk of er al dan niet een werkelijkheid is zonder waarneming…
Ik zou kunnen stellen dat het feit dat deskundigen met elkaar van mening verschillen over het als dan niet bestaan van een vrije wil een bewijs is voor het bestaan van die vrije wil, maar dat zal ongetwijfeld een tegenwerping krijgen dat dat niet de lading dekt van het vrije wilsbegrip …
Volgens mij sluiten het hebben van een vrije wil en het beperkt worden in de uitoefening van die vrije wil, of zelfs het bepaald worden van onze wil elkaar niet uit uit.
Als individuén en als groepen zitten wij gevangen in biologische en sociale systemen. Die systemen stellen grenzen aan wat wij (kunnen) willen en wat wij van hetgeen wij willen kunnen realiseren. Een beetje vergelijkbaar met de zwaartekracht van planeten. Het is mogelijk om aan de zwaartekracht van planeten (een sociaal systeem) te ontsnappen maar afhankelijk van de planeet kost dat meer of minder energie.
Daarnaast zijn er ook natuurkundige en biologische grenzen aan de vrije wil. Ons waarnemen en denken is mede bepaald door de wijze waarop ons brein werkt met een bijzondere mix van “nature” en “nurture”. Maar het zou mij te ver gaan om te veronderstellen dat “nature” hier allesbepalend is…
Het is zo’n vraagstuk waar ik ook niet uitkom maar waar het wel heel prettig is om verward over te zijn.
Bedankt voor je post, interessant om weer eens aangespoord te worden hier over na te denken.
En nog een heel voorspoedig 2012!
Willem