Cases

Verplicht ander werk zoeken

Open deze dialoog als pdf-bestand

Coach: Wat moeten we bespreken om het nuttig te laten zijn voor je vandaag?
Cliënt: Ja, voor mij is dit helemaal niet nuttig.
Coach: Nee?
Cliënt: Nee! Ik bedoel … ik heb het niet bedacht dat ik hier moet zitten!
Coach: Jij hebt het niet bedacht om hier te zitten?
Cliënt: Ik heb het niet bedacht.
Coach: Wie heeft het bedacht?
Cliënt: Oh.. U hebt het verhaal niet gehoord?
Coach: Nee?
Cliënt: Oké, dan moet ik dat even uitleggen. Ik ben eigenlijk hartstikke boos dat ik hier moet zitten want… want … want.. eh mijn directeur heeft bedacht: weet je wat? Ik haal Johan ‘ns even van zijn functie af na 13 jaar goeie dienst … Nieuwe directeur…  die allemaal wilde plannen heeft met ons bedrijf. Die allemaal dingen wil veranderen op onze administratie en de manier waarop het werk moet worden gedaan. Opeens vindt dat ik dat niet meer moet doen. Die heeft … die haalt een of ander ventje die nu mijn werk zit te doen. Hij zet mij op non-actief en zegt: Ga jij maar ander werk zoeken. Zo is het, even kort samengevat, is het gelopen. Hij stuurt mij gewoon naar jullie bureau en zegt: Jij mag ander werk gaan zoeken. Blijkbaar kan dat allemaal zo.
Coach: Ja… dus jij denkt ja… Hij heeft het idee dat jij hier gaat zitten en jij denkt je bent er eigenlijk heel boos over dus je wilt hier helemaal niet zitten?
Cliënt: Ja… eh.. kijk, als het aan mij ligt … als het aan mij had gelegen dan zat ik nu gewoon op mijn werk mijn werk te doen. Maar deze meneer – hij werkt er nog geen jaar- die heeft allemaal wilde plannen met het bedrijf. Hij verandert van alles en nog wat. Volgens mij is hij het bedrijf helemaal om zeep aan het helpen. Hij wil ook in de administratie allemaal dingen veranderen. Haalt ‘ie allemaal organisatieadviseurs erbij. Eh.. gaan ze allemaal nieuwe systemen invoeren, systemen waar ik ook niet mee werk. Ik werk met Exact. Dat gaat al 13 jaar goed. Dus waarom dat anders moet? Ik weet dat niet, ik begrijp daar niets van. Maar goed. Nu is de situatie dus: hij stuurt mij hierheen en zegt: ga jij maar ander werk zoeken.
Coach: De situatie is dat je je werk nu niet meer doet. Dat iemand anders je werk heeft overgenomen en dat jij nu ander werk moet gaan zoeken. En hij heeft je hier naartoe gestuurd om dat andere werk te gaan zoeken?
Cliënt: Klopt.
Coach: Ja, ja. Ik kan me voorstellen dat je daar boos over bent, ja.
Cliënt: Daar ben ik heel boos over. Als dat … als dat een manier van omgaan is met elkaar … dat kan toch niet?
Coach: En dat je je ook afvroeg wat je hier nou moet gaan doen, hè?
Cliënt: Nee, ik heb het niet bedacht
Coach: Nee, precies. En wat heeft je doen besluiten om hier toch te komen vandaag?
Cliënt: ………… Wat moet ik dan?
Coach: Ja..
Cliënt: Kijk, ik heb ook zitten denken.. ik vertik het gewoon. Dit is gewoon zo oneerlijk, ik doe het gewoon niet. Maar als je daar op doordenkt hè dan weet ik precies wat er dan gebeuren gaat. Aan het eind van het liedje zit ik dan op de bank met een uitkering zonder werk en meneer gaat gewoon door. Kijk, want op een gegeven moment als ik hier niet aan meewerk gaat hij er een rechtszaak van maken, gaat ‘ie er advocaten bijhalen. Ik weet helemaal niet hoe je die dingen aanpakt. Ik heb helemaal geen advocaat. Kortom, eind van het liedje is.. ik verlies het toch. Dit soort jongens is zo handig, die manipuleren zo dat dat win je toch niet.
Coach: Nee, dus je dacht eigenlijk eerst: ik vertik het, ik doen het niet maar eigenlijk leidt dat er toe dat het hoogstwaarschijnlijk een gevecht wordt met advocaten en dan wordt jij de dupe?
Cliënt: Dat gun ik hem niet eens. Dat zei mijn vrouw ook: je moet niet voor hem gaan je moet voor jezelf gaan naar dat bureau. Dus daarom zit ik hier nu. Ik zit hier niet voor hem, ik zit hier voor mezelf.
Coach: Je zit hier voor jezelf?
Cliënt: Precies!
Coach: En wat zouden we moeten bespreken wil het nuttig zijn voor jou zelf?
Cliënt: Voor mijzelf?
Coach: Ja.
Cliënt: ……Ja………dat ik toch gewoon……dat ik ideeën heb over waar ik zou kunnen werken in een bedrijf dat een beetje normaal met mensen omgaat. Waar ze gewoon leuk administratief werk hebben, met Exact werken. … Ja…
Coach: … Dat. Een normaal leuk bedrijf. Ze werken met Exact, ze gaan normaal met mensen om en jij hebt een administratieve functie daar. Dat is waar je naar op zoek bent?
Cliënt: Precies!
Coach: Waaraan merk je dat het een normaal, leuk bedrijf is?
Cliënt: Nou, dat de mensen een beetje gezellig met elkaar omgaan… dat ze een beetje rekening houden met elkaar. Dat de leiding ook … ja … niet van die stropdassen types die dingen allemaal boekjeswijsheden willen toepassen. Gewoon een beetje normale mensen.
Coach: Beetje gezellige, normale mensen die niet allemaal boekjesdingen toepassen, met exact werken, leuke sfeer …
Cliënt: Precies.
Coach: Ja. Weet je er al meer van waaraan je zou merken dat het een normaal en leuk bedrijf is?
Cliënt: Nou, gewoon, kijk ik ben niet bereid om te verhuizen naar Rotterdam of zoiets. Ik wil gewoon hier in de buurt.
Coach: Hier in de buurt?
Cliënt: Ja.
Coach: Dus als dit gesprek jou zou helpen in de richting van het vinden van een bedrijf van een normaal, leuk bedrijf waar ze met Exact werken, waar je een administratieve functie hebt, in de buurt hier dan zou dit gesprek nuttig voor je kunnen zijn?
Cliënt: Ik denk het wel ja.
Coach: Nou, zullen we daar eens naar gaan kijken dan?
Cliënt: Ja, dat is goed..
Plaatsen/stemmen op NUjij Plaats/Stem op NUjij.nl

De aandacht van mensen richten op de gewenste situatie in plaats van hen te vragen om toe te geven dat ze fout zaten

In de oplossingsgerichte aanpak nemen we de directe route naar de gewenste situatie en vermijden we omwegen. Een tegen-intuïtief voorbeeld van dit principe is dat mensen, als ze bij problemen betrokken zijn, niet wordt gevraag om toe te geven dat ze fout zaten. Dit lijkt tegen-intuïtief. Vaak hebben we de neiging om mensen eerst te willen confronteren met wat ze fout hebben gedaan. Onze ‘intuïtieve logica’ is meestal dat mensen pas bereid zullen zijn om iets te veranderen als ze hebben ingezien dat fout zaten en hier verantwoordelijkheid voor hebben genomen. En hoewel dit logisch klinkt is het twijfelachtig of het werkt.
Als mensen merken dat er van hen verwacht wordt dat ze toegeven dat ze fout zaken, zullen ze vaak geneigd zijn om zichzelf te verdedigen en om hun gedrag te rechtvaardigen. Ook kan het zijn dat ze de vinger gaan wijzen naar anderen of dat ze de omstandigheden aanvoeren als excuus voor hun handelen. Als mensen geconfronteerd worden kunnen ze zich bedreigd en miskend voelen. Als dit gebeurt, is het vaak moeilijk om zich ontvankelijk en open op te stellen en om manieren te verkennen om oplossingen te vinden. Dit is waarom we bij oplossingsgericht werken in het algemeen mensen niet in de positie brengen waarin ze negatieve dingen over zichzelf moeten gaan zeggen of toegeven.
Bij oplossingsgericht werken richten we de aandacht van mensen op de gewenste situatie in plaats van dat we hen verantwoordelijk houden voor problemen. Een voorbeeld is de support group approach, een oplossingsgerichte aanpak om klachten over pesten op te lossen, vooral op basisscholen. Bij deze aanpak worden kinderen niet geconfronteerd met hun ‘pestgedrag’ en er wordt niet van hen verwacht dat ze toegeven dat ze zich slecht hebben gedragen. In plaats daarvan worden ze uitgenodigd en aangemoedigd om gewenste, positieve gedragingen te gaan laten zien. Andere voorbeelden zijn de oplossingsgerichte behandeling van huiselijk geweld plegers (zoals beschreven door Lee, Sebold, and Uken) en de zogenaamde signs of safety aanpak.
Begrijp je het idee? Probeer het maar eens.  Stel je voor dat je manager bent op een afdeling in een organisatie die één of andere dienst levert aan klanten. Gisteren kreeg van het hoofdkantoor een verslag van een klanttevredenheidsonderzoek op je bureau. Terwijl je dit las zag je dat een behoorlijk groot aantal klanten zeiden dat ze ontevreden waren met de botte behandeling door Jan, een van de medewerkers op je afdeling. Je wilt hierover praten met Jan.  Je herinnert je dat een vorig gesprek met Jan, waarin je hem probeerde te confronteerde met iets wat hij verkeerd had gedaan, helemaal niet goed was verlopen. Jan was heel defensief geworden en het kostte vrij veel tijd voordat het contact tussen jou en Jan weer min of meer normaal verliep. Je aanpak werkte niet dus je wilt het anders proberen. Je besluit om deze keer de oplossingsgerichte aanpak te proberen. Hoe kun je het gesprek beginnen? Wat voor dingen kun je zeggen of vragen?
Plaatsen/stemmen op NUjij Plaats/Stem op NUjij.nl

Oplossingsgerichte verbetering van bedrijfsprocessen

Onlangs vroeg ik organisatie-adviseurs hoe zij de de oplossingsgerichte aanpak gebruiken. Vandaag kreeg ik de onderstaande reactie toegezonden van Michiel Bontenbal:

Soort advisering: Bij een nieuw Nederlands energiebedrijf geef ik advies hoe de verschillende managers/medewerkers de bedrijfsprocessen kunnen verbeteren, vaak vanuit de LEAN gedachte. Het bedrijf heeft circa 120 complexe administratieve processen die het bijvoorbeeld mogelijk maken dat onze 800.000 klanten een factuur krijgen, een verlengingsaanbod krijgen of kunnen verhuizen. Als relatief jong energiebedrijf is het bedrijf volop in ontwikkeling en veel bedrijfsprocessen functioneren nog verre van optimaal. Gelukkig heeft iedereen bij de organisatie de wil om dit te verbeteren!

Wanneer ik voor het eerst van de oplossingsgerichte benadering hoorde en deze ben gaan gebruiken: Kort nadat in dienst trad, heb ik voor het eerst -via managementsite.nl-  van de oplossingsgerichte aanpak gehoord. Inmiddels heb ik twee van je boeken gelezen: Doen wat werkt en Paden naar Oplossingen. En uiteraard wekelijks de NOAM-nieuwsbrief!

Hoe ik de oplossingsgerichte aanpak gebruik: Het oplossingsgerichte werken gebruik ik inmiddels dagelijks in mijn werk. Ik merk ook dat ik de oplossingsgerichte aanpak óók privé gebruik, maar dat terzijde.
Mijn aanpak is vooral faciliterend: ik leid workshops, hou interviews, voer gesprekken en geef gaandeweg mijn advies. In de workshops en interviews gebruik ik vaak de oplossingsgerichte vragen, zoals de schaalvraag, de continueringsvraag, de wat-gaat-er-betervraag en de nuttigvraag. Ook de wondervraag en de eerdere successenvraag (vaak in de vorm van een suggestie) komen vaak voorbij.

Hieronder twee voorbeelden van hoe ik de schaalvraag recent heb gebruikt.

Voorbeeld 1

In acht verschillende workshops heb ik – als opwarmertje – gevraagd aan de deelnemers met welk cijfer zij de verschillende processen beoordelen. Tijdens de workshops heb ik gemerkt dat het geven van een cijfer heel positief bijdraagt. De workshops gaan dan niet meer over ‘alles wat er mis gaat’ maar gaan dan ook over zaken die wél goed gaan. Het schalen stemt iedereen positiever, ook omdat iedereen ervaart dat het cijfer minder slecht is dan verwacht. Per workshop kost het cijfer geven plus het bespreken ervan ongeveer 10 minuten. Hieronder het resultaat:

sshot-121

Het resultaat spreekt volgens mij voor zich. Het management gebruikt deze informatie om te sturen welke processen prioriteit hebben voor verbetering. In 2010 gaan we dit herhalen en de cijfers vergelijken.

Vaak laat ik deze schaalvraag volgen door de continueringsvraag en/of de platformvraag. Vanaf daar stellen we gezamenlijk het platform vast wat er nog verbeterd kan worden.

Voorbeeld 2: Schalen van haalbaarheid en toegevoegde waarde. Hieronder wil ik je een ander voorbeeld geven hoe ik de schaalvraag  toepas. Het bedrijf is voortdurend op zoek naar ‘low hanging fruit’ voor procesverbeteringen. Met het stellen van twee schaalvragen proberen we dat vaak inzichtelijk te maken. Het betreft de volgende twee vragen:

  • Wat is de haalbaarheid van dit verbeterpunt? (Schaal: Eenvoudig, Gemiddeld, Moeilijk, x-as)
  • Wat is de toegevoegde waarde van dit verbeterpunt? (Schaal: Hoog, Middel, Laag, y-as)

Onlangs heb ik een workshop gefaciliteeerd waarbij we gezamenlijk de prioriteit van het wegwerken van backlog bepaalden. Die workshop heeft geresulteerd in het volgende plaatje:

sshot-122

De punten in het vak rechtsbovenin zijn dus het ‘low hanging fruit’. De verschillende managers (hun namen staan tussen haakjes) en de COO gebruiken het resultaat. In januari mag ik een vervolg workshop organiseren.

Hoe de oplossingsgerichte aanpak me helpt in mijn werk

Ik ben bijzonder blij met de oplossingsgerichte aanpak. Het belangrijkste voordeel van de oplossingsgerichte aanpak is dat deze focust op de oplossing en niet op het probleem. Het focussen op wat goed gaat (schaalvraag, continueringsvraag, wat-gaat-er-beter vraag) stemt iedereen positiever. Ik heb onlangs het boek ‘Positivy’ van Barbara Fredrickson gelezen en ben mede door dat boek overtuigd van het nut van positiviteit.

Ik  weet dat ik nog steeds veel te leren heb en nog flink kan groeien in de oplossingsgerichte benadering. Ik ben er in ieder geval druk mee bezig. De komende periode ga ik verder aan de slag met het verder integreren van de oplossingsgerichte benadering binnen mijn dagelijkse werk.

Ik dank je voor de inspiratie die je me gegeven hebt!

Vriendelijke groet,

Michiel Bontenbal

Plaatsen/stemmen op NUjij Plaats/Stem op NUjij.nl

Het 4SFC model in de praktijk

4sfc-modelMarc van Os stuurde de volgende bijdrage:

In nieuwsbrief 120 berichtte ik over het nut van het 4SFC model van Coert en Gwenda in mijn werk. In dit artikel wil ik nader ingaan op de ervaring die ik met het model opdeed in een casus met een Nederlandse filmproductiemaatschappij.

De ondersteuningsvraag  kwam via mijn mediation netwerk van een mediator die jarenlang bij het Nederlands Filmfonds heeft gewerkt, Monique Wolf. Zij werd benaderd door een haar bekende filmproducent die verzuchtte dat de ontwikkeling van een filmproductie meestal moeizaam verloopt. Naarmate de productie vordert en er meer creatieve mensen bij betrokken raken ontstaan er escalerende momenten en soms ook hardnekkige conflicten. De directeur / producent en twee van haar collega producenten erkenden deze problemen en kwamen tot de conclusie dat zij degenen zouden moeten zijn om deze negatieve spiraal te doorbreken. Hun manier van werken kent al vele momenten van reflectie en professionalisering en in dit kader namen zij het besluit er daadwerkelijk iets aan te doen.

We besloten samen de vraagstelling te verhelderen en de veranderbehoefte nader te specificeren. We formuleerden een aantal duidelijke doelstellingen uit dit gesprek die deels vroegen om training en deels om coaching (helpen). Het helder vaststellen van de rol van ons als trainer / coach en van de rol van producent in de verschillende fasen van de totstandkoming van een productie was belangrijk.  Het 4 SFC model in een dubbele dimensie!

In een eerste bijeenkomst spraken Monique en ik af een primaire trainingsrol aan te nemen met daarbij momenten van helpen (coachen), wanneer het zou gaan om het geleerde in de eigen praktijk toe te passen. Al spoedig bleek dat in de eerste trainingssessie de aangereikte informatie aanleiding gaf tot levendige discussies en behoefte om ervaring uit te wisselen. We maakten een switch van algemene doelstellingen die het uitgangspunt vormden, naar specifieke persoonlijke veranderbehoeften. Deze persoonlijke veranderbehoeften bleken te maken te hebben met de rollen die de producenten innemen in elke fase van het productieproces. Dit bleek een grote ontdekking. De behoefte ontstond om het productieproces door te lopen op de rollen die een producent doorgaans inneemt en daarnaast de persoonlijke invulling.

Wij zelf veranderden onze rol van een primaire trainende rol naar een primaire helpende (coachende rol). Doordat we het 4SFC model kenden maakte dit het switchen mogelijk zonder verwarring teweeg te brengen, ook naar de producenten toe. Zonder kennis van dit model zouden wij het idee hebben gehad dat wij ons doel hadden gemist en e.e.a. niet goed hadden voorbereid. In plaats van een frustratie waarbij wij onze voorbereiding niet kwijt konden, herkenden wij de behoeften van de producenten en een passende rol, waardoor we naadloos aan konden sluiten bij de behoefte. Na de eerste sessie ontstond er een schema waarbij de productie van een film onderverdeeld werd in een pré productiefase, een productiefase en een postproductiefase. Per fase bleek het mogelijk de rollen van de producenten hierin onder te brengen en te onderscheiden. We besloten een trainingsmoment in te lassen en het 4SFC model te introduceren. Aan de hand hiervan kwamen tijdens het coachingsmoment daarop volgend, de producenten erachter dat in bepaalde fasen de sturende rol en de helpende rol wel eens door elkaar liepen, waardoor verwarring ontstond en men dilemma’s tegenkwam. Dit bleek een angel te zijn in de escalerende dynamiek binnen de productie. Het 4SFC model bleek een doeltreffend kader om de rollen en de rolverdeling in te plaatsen. Men was ook hierdoor in staat om te verklaren waarom dingen anders liepen dan gewenst en wat er in de plaats daarvan nodig zou zijn geweest.

De volgende sessies werden ingevuld met de evaluatie na het oefenen met de nieuw aangeleerde vaardigheden. Hierop aansluitend werden de rollen aangescherpt en ervaringen geëvalueerd en bijgesteld. Daarnaast werden communicatieoefeningen gedaan, passend bij de rollen en bij “moeilijke types” die ook in de filmwereld kunnen voorkomen.

Uiteindelijk leidde de sessies tot een “kompas” als leidraad voor de rol van de producent in de verschillende fasen van een filmproductie. Het is de bedoeling dat dit in een breder kader wordt ingezet.

Het 4SFC model bood ons dus een dubbel kader:

  • door onderscheid te maken tussen een trainende en een helpende rol konden wij goed aan sluiten bij de behoeften van de producenten, door voor de rollen
  • mandaat te vragen door het verhelderen van de rollen van de producenten en deze aan te scherpen tijdens het productieproces met de bijbehorende communicatieaspecten.

De bijdrage van Coert en Gwenda in de vorm van het 4SFC model vormt voor mij een zeer belangrijke basis in mijn werk als coach,  trainer en mediator. Ik wil Coert en Gwenda dan ook nadrukkelijk bedanken voor hun bijdragen aan het oplossingsgericht werken in het Nederlandse taalgebied!

Monique Wolf en Marc van Os

Plaatsen/stemmen op NUjij Plaats/Stem op NUjij.nl

Afdelingsvergadering

Steven, een manager in een woonbedrijf, signaleerde dat er een probleem was met betrekking tot de verhuurleegstand. De leegstand van de huizen van dit woonbedrijf was te hoog, wat veel geld kostte. Wanneer de ene huurder uit zijn huis ging, duurde het soms wel een paar maanden voordat een volgende huurder het huis betrok. Hij had het probleem al eens eerder gesignaleerd in de afdelingsvergadering. Toen had hij gezegd: ‘Mensen, onze verhuurleegstand is veel te hoog. We doen het wat dat betreft veel slechter dan vergelijkbare woonbedrijven. Kom op, dat moet echt beter kunnen. Ik verwacht dat we daar met zijn allen wat aan gaan doen.’ Steven was niet zo tevreden over de reacties. Een van de teamleden had bijvoorbeeld gezegd: ‘Ik weet echt wel dat dat een probleem is, maar we werken hier keihard en we doen echt ons best. Dat mag ook wel eens gezegd worden, of niet?’ Na enig gepraat en door zijn waardering te uiten wist Steven de sfeer weer aardig om te buigen, maar oplossingen voor het probleem leverde deze vergadering niet op. Steven wilde het probleem niet laten rusten, maar besloot iets beter na te denken over hoe hij dit agendapunt wilde bespreken. Een paar dagen voor de volgende vergadering vroeg hij de teamleden het volgende: ‘Op de volgende vergadering wil ik wat extra tijd nemen om met elkaar te praten over hoe we de verhuurleegstand kunnen terugbrengen, zodat we efficiënter met ons huizenbezit kunnen omgaan en meer geld overhouden. Ik wil iedereen vragen om van tevoren na te denken over de vraag: wat voor oplossingen kun jij bedenken waarmee we dit probleem kunnen oplossen?’ Tijdens de vergadering lukte het deze keer prima om bij het onderwerp te blijven. De meeste teamleden hadden een paar ideeën genoteerd. Een enkeling was vergeten erover na te denken. Tegen degenen die nog geen ideeën hadden bedacht, zei Steven: ‘Geeft niet. Luister eerst maar even naar de ideeën van de anderen, en zo gauw je ook een oplossing te binnen schiet, hoor ik het graag.’ De oplossingen die naar voren werden gebracht waren eenvoudig maar doeltreffend. Twee oplossingen bleken vooral goed te helpen. Tot nu toe was het zo geweest dat nieuwe huurders een huis pas konden bezoeken nadat een oude huurder het pand al had verlaten. Vanaf nu kon een nieuwe potentiële huurder het huis al eerder bezichtigen, een week of drie voordat de oude huurder het huis zou verlaten. Wanneer de nieuwe potentiële huurder niet geïnteresseerd was, werd het huis aangeboden aan de volgende geïnteresseerden op de lijst. Tot nu was het zo dat deze potentiële nieuwe huurders één voor één het huis konden bezichtigen. Dit leverde soms weken vertraging op. Een nieuwe oplossing die tijdens de vergadering was gepresenteerd bleek uitstekend te werken: de nummers 2 tot en met 5 werden niet meer één voor één in de gelegenheid gesteld het huis te bezichtigen, maar als groep. Binnen korte tijd presteerde dit woonbedrijf prima wat betreft verhuurleegstand. Steven was natuurlijk uiterst tevreden over dit resultaat, maar ook over het feit dat hij in staat was geweest om dit onderwerp op een effectieve manier te bespreken.

Plaatsen/stemmen op NUjij Plaats/Stem op NUjij.nl

Flexibele secretaresses

Een team van secretaresses in een groot advocatenkantoor werkte niet klantgericht genoeg. De advocaten waren niet tevreden over de flexibiliteit, de accuratesse en de snelheid van werken van de secretaresses. Hierdoor zeiden de advocaten hun eigen cliënten niet goed genoeg te kunnen bedienen. De leidinggevende van het team had het dringende verzoek gekregen om de dienstverlening van de secretaresses te verbeteren. De leidinggevende van het secretaresse team nodigde de secretaresses uit voor een overleg. Het doel van het overleg gaf ze aan met de vraag: “Hoe kunnen wij ervoor zorgen dat we de advocaten sneller, beter en flexibeler kunnen gaan bedienen zodat zij hun cliënten beter kunnen gaan bedienen?” De leidinggevende begon de vergadering met de continueringsvraag: “Welke dingen die we doen dragen nu al bij aan een flexibele, goede en snelle dienstverlening aan onze advocaten en hoeven dus niet te veranderen?” Dit leidde tot een mooie lijst van punten die nu al goed gingen. Vervolgens stelde de leidinggevende de vraag: “Wat voor ideeën hebben jullie over hoe we onze dienstverlening flexibeler, beter en sneller kunnen gaan maken?” Hierop kwamen sommige secretaresses meteen al met enkele goede ideeën naar voren. Enkele andere stelden zich wat afwachtend op en hadden niet direct ideeën. De leidinggevende reageerde hier geruststellend op door te zeggen: “Neem gerust even de tijd om na te denken. Haak maar aan als je wat ideeën begint te krijgen.” Enkele secretaresses reageerden nog iets gereserveerder en zeiden dat de advocaten zelf ook niet altijd flexibel, snel en duidelijk waren. De leidinggevende luisterde geduldig en toonde begrip. Ze vroeg ook aan deze secretaresses wat hen hielp om hier effectief mee om te gaan. Vervolgens kwam ze steeds weer terug bij de vraag welke ideeën er verder waren om te komen tot verbeteringen. De eerste sessie leverde een prima begin op met veel goede ideeën voor verbeteringen. Daarna hebben er nog twee sessies plaatsgevonden waarbij de ‘wat gaat er beter?’ vraag een grote rol speelde. Na deze drie sessies merkte zowel de secretaresses als de advocaten een prima verbetering. Bovendien merkten de secretaresses dat de sfeer in het team verbeterde en dat zij zich meer gewaardeerd voelden.

Plaatsen/stemmen op NUjij Plaats/Stem op NUjij.nl

Voorbeeldgesprek met een gestuurde cliënt

Coaches, trainers en adviseurs komen in gesprekken nogal eens tegen dat hun cliënten niet op eigen initatief met hen komen praten maar op aandringen van anderen (bijvoorbeeld hun leidinggevende). In de oplossingsgerichte benadering noemt men dit soort cliënten meestal gestuurde cliënten. Het kan zijn dat gestuurde cliënten het gesprek niet direct als nuttig ervaren en zich terughoudend of zelfs boos opstellen. Hoe kun je goed in gesprek met een gestuurde cliënt komen? Hoe kun je komen tot een goede samenwerking zodat er een nutig gesprek ontstaat? De oplossingsgerichte aanpak biedt hiervoor goede oplossingen. Wilt u eens een voorbeeldgesprek lezen? Stuurt u dan een mailtje naar coert.visser@planet.nl o.v.v. voorbeeldgesprek en u ontvangt van ons het voorbeeld per e-mail.

Plaatsen/stemmen op NUjij Plaats/Stem op NUjij.nl

De Cliëntverwachtingen Schaal

Henri Haarmans stuurde me een email over hoe hij schaalvragen gebruikt in het managen van IT projecten:

“Ik gebruik de techniek heel vaak tijdens  IT projecten. In een IT-project is het erg belangrijk dat iedere deelnemer de verwachtingen van de klant heel goed begrijpt. De schaalvraag helpt mij om uit te vinden hoe helder de verwachtingen van gebruikers zijn, welke informatie ontbreekt en wie de deelnemer kan helpen de informatie te vinden. Meestal begint een workshop met een presentatie van de klant. In zijn presentatie geeft hij een overzicht van al zijn wensen. Na vragen van IT mensen en meestal enige discussie vraag ik de IT mensen om hun kennis over de wens van de klant te beschrijven op een schaal van 1 tot 10. De volgende vraag is waarom ze zichzelf die score geven en wat de reden is dat de score niet lager is of welke kennis ze nodig hebben om zichzelf een hogere score te geven. Als de IT-vertegenwoordigers hebben uitgelegd welke kennis ze verder nodig hebben vraag ik aan de businessvertegenwoordigers wie kan helpen bij de kennisverbreding. Vanaf dat moment kan ik achterover gaan zitten. Na afloop van de workshop herhaal ik altijd de schaalvraag omdat dat mij informatie geeft over hoe nuttig workshop is geweest.
Plaatsen/stemmen op NUjij Plaats/Stem op NUjij.nl

11 op de schaal

George Agafitei uit Roemenië stuurde me de volgende case waarin hij schaalvragen gebruikte als teamcoach:

The client is a small cosmetics’ distributor in Romania. They have to organize their semi-annual event to which 150 were supposed to participate. According to their previous experience they need to send 300 invitations, most of them followed by at least one conversation. There are 4 people in the organizing team that need to do a lot of other activities, beside the event. The participants are cosmeticians from various towns in Romania. Two weeks before the event, the situation is desperate: only 50 invitations sent and only 5 confirmations. The goal: “how to achieve the target of participants in the short remaining period?” After about 40 minutes of working with the scale, with a lot of focus on what has already been achieved and previous successful experiences, the level of motivation was so high, I could feel it in the air. There were two people from the client side (the general manager and the marketing manager). Their faces spoke more than a million words. So, I asked: “You mentioned at the beginning of our discussion that on the scale of 0 to 10, you are at 2. Where are you now, at the end of our discussion?” The answer came spontaneously from both participants: “at 10!” (I was a little bit shocked. “How could this happen in such a short time?”) After I have asked what is different for them now, I continued: “So, let’s suppose that we have such a power that we can extend the scale. How does 11 (eleven) look for you?” :) ) The marketing manager could not see anything at 11, as for her, the scale could not be extended. But the General Manager added a wildest action (she had a big smile on her face when she said “wildest”): to make an itinerary trip in largest towns and invite participants in short group presentations, in a warm and touching way. Two weeks after, they reached to invite around 250 people out of which around 120 participated. Happy client, happy coach!

Plaatsen/stemmen op NUjij Plaats/Stem op NUjij.nl

Oplossingen voor lastige klassen

Uit: Doen wat werkt

doen-wat-werkt-oplossingsgericht-werken-coachen-en-managen-coert-visser1Een directeur van een school vroeg een oplossingsgericht coach om een teambuildingsessie te doen voor de docenten van de onderbouw. De coach gaf aan dat hij de sessie graag wilde begeleiden en wat de directeur wilde bereiken met de sessie. De directeur antwoordde dat de docenten te weinig samenwerkten in de aanpak van enkele ‘probleemklassen’. De coach vroeg wat er beter zou gaan als de docenten beter zouden samenwerken in de aanpak van deze klassen. De directeur zei dat de docenten dan meer overleg zouden hebben over hoe deze klassen het beste kunnen worden behandeld. De coach vroeg hoe dat zou helpen waarop de directeur antwoordde dat de lessen in die klassen dan ordelijker zouden verlopen, dat er minder leerlingen de klas uitgestuurd zouden worden, dat de leerlingen hun boeken minder vaak zouden vergeten, dat er minder vaak leerlingen te laat zouden komen en dat er minder vaak verzuim zou zijn. De coach stelde voor om in de teambuildingsessie alle docenten uit te nodigen om met hun collega’s te delen wat voor hen in de omgang met deze klassen hielp om dit soort resultaten te behalen. De sessie leidde er toe dat er een lijst met praktische oplossingen gegenereerd werd. Iedereen werd uitgenodigd om zelf te kiezen wat ze wilden uitproberen. Dit werkte goed. Bovendien vertelden de docenten dat ze het fijn vonden om gericht te kunnen praten over deze klassen en hadden zij het gevoel er minder alleen voor te staan. Twee weken later waren de eerste duidelijke tekenen van verbetering er.

Plaatsen/stemmen op NUjij Plaats/Stem op NUjij.nl

Laatste reacties

ManagementSite Netwerk

Redactie