Voor individuen is het verstandiger om zich te richten op beter proberen te worden dan op goed proberen te zijn (en goed proberen over te komen). Veel onderzoek in de psychologie heeft laten zien dat er een belangrijk verschil is tussen zogenaamde prestatiedoelen en leerdoelen. Prestatiedoelen richten zich op het proberen te laten zien dat je [...]
Een tijdje geleden postte ik een berichtje over hoe het aanleren van een groeimindset adolescenten kan helpen om hun agressie te verminderen. De post verwees naar een publicatie van David Yeager, Kali Trzesniewski en Carol Dweck.
Hier is een nieuwe video waarin Carol Dweck vertelt over het project waarop de publicatie is gebaseerd.
Vorige week schreef Caroline Heijmans een op deze website gastpost over Stereotype Threat. In dat bericht legde zij kort uit wat stereotype threat inhoudt en wat er gedaan kan worden om negatieve effecten ervan te voorkomen. Vandaag verscheen van haar hand een Engels artikel over stereotype waarin zij de laatste wetenschappelijke bevindingen op het gebied van strereotype op eenvoudige wijze op een rijtje zet: How does Stereotype Threat work?
Een nieuw onderzoek door Stanford psychologen Paul O’Keefe en Adar Ben-Eliyahu van de universiteit van Pittsburgh en Lisa Linnenbrink-Garcia van Duke University suggereert dat omgevingen die leren als doel op zich benadrukken positieve effecten hebben. In zulke omgevingen proberen leerlingen in mindere mate elkaar af te troeven en de beste te zijn en wordt hun intrinsieke motivatie ondersteund. Dit heeft een lange termijn effect. Zelfs wanneer de leerling terugkeert naar een meer competitieve leeromgeving waarin het belang van resultaten (in plaats van leren) wordt benadrukt blijft het positieve effect voortduren. Hier is het onderzoek:
Paul A. O’Keefe, Adar Ben-Eliyahu and Lisa Linnenbrink-Garcia
Across three time-points spanning 9 months, changes in achievement goal orientations and contingencies of self-worth were assessed as a function of participating in a mastery-structured academic program for high-ability adolescents (N = 126). Endorsement of mastery goal orientations increased during the program and remained high even after students returned to their home learning environments. In contrast, performance-approach and performance-avoidance goal orientations decreased during the summer program, but returned to previous levels when assessed 6 months later. Latent growth curve models assessed the covariation of performance goal orientations and two contingencies of self-worth (outperforming others and others’ approval) hypothesized to represent elements of performance goal orientations. Changes in the contingency of self-worth based on outperforming others positively covaried with observed changes in both performance goal orientations; however, changes in self-worth contingent on others’ approval did not. Results are discussed in terms of mastery-structured environments’ potential to alter achievement goal orientations via their underlying psychological processes. Implications for achievement goal theory and the design of achievement-oriented environments are discussed.
Voor meer details lees: Psychologist: Achievement goals can be shaped by environment
Als mensen veel geld krijgen voor een bepaalde taak, kunnen ze zo bang worden om dat geld te verliezen, dat ze minder goed presteren. Dit concluderen onderzoekers van het California Institute of Technology (Caltech) donderdag in het vakblad Neuron. Het lijkt zo logisch: hoe meer mensen betaald krijgen, hoe harder ze werken en hoe beter ze presteren. Maar deze logica blijkt alleen op te gaan wanneer er weinig op het spel staat. Uit eerder onderzoek blijkt dat mensen minder goed presteren als ze te veel betaald krijgen. Lees meer
Gastbijdrage door Caroline Heijmans
De stereotype valkuil
Het menselijke brein is geneigd om de wereld in te delen met behulp van categorieën. Eenmaal daar, vormen die categorieën de basis van onze ideeën en oordelen. Als het donker wordt buiten en de barometer gaat omlaag, dan gaan we ervan uit dat het gaat regenen. Als we een boos grommende hond in een straatje zien, dan categoriseren we hem als ‘gevaarlijke hond’ en we lopen een blokje om. Als we naar de dokter gaan voor een of andere kwaal, dan verwachten we dat hij zich op een bepaalde manier gedraagt ten opzichte van ons. Enzovoorts, enzovoorts (Allport, 1988).
Ook mensen delen we in, en wel op basis van hun sociale categorie. Zo is er de student, de psycholoog, de arbeider, de homo, de Brabander, de bierdrinker, de shagroker en de voetballersvrouw. Dat indelen in sociale categorieën is een manier om onderlinge overeenkomsten en verschillen tussen mensen en groepen aan te geven. Bovendien vormt het de basis van onze dagelijkse sociale interactie.
In oplossingsgerichte gesprekken wordt de aandacht van mensen subtiel gericht op 1) een positieve toekomst (via gewenste situatievragen en toekomstprojectievragen die helpen om een helder beeld te krijgen van hoe ze hopen dat dingen zullen worden), 2) positieve aspecten van het heden (via platformvragen die zicht geven op wat er al goed gaat en bereikt is) en 3) het positieve verleden (via uitzonderingzoekende vragen en eerdere-successenvragen die inzicht geven in wanneer het al beter ging).
Het Oplossingsgerichte Aandachtsvelden Model dat centraal staat in deze video laat zien hoe, tijdens oplossingsgerichte gesprekken, de aandacht vaak geleidelijk en subtiel verschuift van negatief praten naar positief praten over het verleden, heden en toekomst.
Nu is er nieuw onderzoek gedaan dat suggereert dat dit proces van pendelen tussen verleden, heden en toekomst in de oplossingsgerichte aanpak een goed idee is. Ryan Howell en zijn collega’s hebben een studie uitgevoerd die laat zien dat een gebalanceerd tijdsperspectief mensen vitaler, dankbaarder en meer tevreden met hun leven maakt. Hij zegt dat we moeten voorkomen dat we een van deze drie perspectieven overaccentueren ten koste van de andere en dat we in plaats daarvan de cognitieve flexibiliteit nodig hebben om te switchen tussen de drie tijdsperspectieven.
Ik kwam het Heroic Imagination Project (HIP) tegen, een non-profit organisatie die mensen leert hoe ze de natuurlijke menselijke neiging kunnen overwinnen om toe te kijken en af te wachten in crisissituaties en om een betekenisvolle en blijvende verandering in hun leven te bereiken. HIP vertaalt de onderzoeksbevindingen van Philip Zimbardo naar inzichten die individuen kunnen gebruiken in hun dagelijks leven om negatieve situaties om te zetten in positieve verandering. De missie van HIP is om indivuen aan te moedigen en in staat te stellen om heldhaftig op te treden op kritieke momenten en om positieve verandering te initiëren in hun eigen leven in hun gemeenschap en maatschappij.
Eén van de dingen die ik interessant vind in het project is dat het de grote maar vaak onderschatte invloed van situaties en systemen op menselijk gedrag onderkent. Wat ik begrijp is dat het project mensen aanleert om meer situationeel bewust te worden en meer kennis te krijgen over mechanismes zoals “situation blindness, peer pressure and conformity, the bystander effect, obedience to authority, outgroup prejudice and discrimination, en social roles and expectations”. Dit stelt hen in staat om bewust te reflecteren en handelen in onverwachte omstandigheden.
Sinds circa 35 jaar is er binnen de psychologie een subdiscipline ontstaan die de traditionele kijk van hoe topfunctioneren ontstaat onderuit heeft gehaald. De onderzoekers binnen deze discipline, waarvan Anders Ericsson de bekendste is, hebben laten zien dat er een gebrek aan bewijs is voor het idee dat natuurlijke aanleg vooral ten grondslag ligt aan topfunctioneren. Ze hebben laten zien dat van kritiek belang is de hoeveelheid tijd die de persoon heeft besteed aan oefenen evenals de manier waarop is geoefend.
“Ooit hoop ik een Porsche te kunnen rijden … dat is mijn grote droom”, zei een vroegere collega ooit tegen me. Ik weet niet of hij zijn droom verwezenlijkt heeft (we zijn elkaar uit het oog verloren) en, zo ja, of zijn leven er beter door is geworden. Iemand anders die ik ken vertelde me ooit dat ze ooit graag les wilde geven wat haar uiteindelijk gelukt is en wat ze leuk vindt. Wat een verschil in dromen …
Tim Kasser en Richard Ryan (1996) maakten het onderscheid tussen twee soorten aspiratie (levensdoelen) van mensen: extrinsieke aspiraties en intrinsieke aspiraties. Voorbeelden van extrinsieke aspiraties zijn financieel succes, roem en bewondering. Voorbeelden van intrinsieke aspiraties zijn: persoonlijke groei, betekenisvolle relaties en fysieke en mentale gezondheid.
Op deze site blogt Coert Visser over de toepassing van de oplossingsgerichte benadering in organisaties.

Laatste reacties
bedankt Suchita!…
reactie op: Voorbeeld van een oplossingsgericht stuurgesprekEen goede video, prettig om op deze manier beter kennis te nemen van deze werkwijze! …
reactie op: Voorbeeld van een oplossingsgericht stuurgesprekBedankt Ruud!…
reactie op: Voorbeeld van een oplossingsgericht stuurgesprek