Organisatieverandering

Het WAT, WIE EN WANNEER van succesvolle verandering

In dit bericht heb ik uitgelegd dat de bewering dat 80% van de organisatieveranderingsinitiatieven mislukt grotendeels ongefundeerd is en potentieel schadelijk. Gepubliceerde succesratio’s variëren tamelijk sterk per type verandering en over tijd. Maar ze hangen ook af van het soort succescriteria dat gebruikt wordt en van aan wie je het vraagt. In vervolg op dat bericht zijn hier enkele gedachten over hoe je zou kunnen differentiëren in de manier waarop je succesratio’s meet van een bepaald veranderprogramma. Ik suggereer om drie dimensies te onderscheiden.

1. Het WAT van succesvolle verandering gaat over de vraag welke tot typen verbetering het veranderinitiatief heeft geleid. Vergeet niet dat een project succesvol kan zijn in één opzicht en minder succesvol in een ander opzicht. Er zijn natuurlijk veel verschillende manieren om dimensies van effectiviteit van elkaar te onderscheiden maar ik wil hier graag voortborduren op een van  Mathieu Weggeman. Hij schreef eens dat beter kan betekenen: effectiever, efficiënter, flexibeler en plezieriger. Ik wil dit graag een beetje aanpassen en uitbreiden en kom dan tot:

  1. Effectiever,
  2. Goedkoper,
  3. Sneller,
  4. Flexibeler,
  5. Plezieriger.

2. Het WIE van succesvolle verandering gaat over de vraag wat verschillende (soorten) mensen zouden kunnen zeggen over de vraag in welke mate de verandering succesvol was. Realiseer je dat een consultant die het veranderproces heeft ontworpen en begeleid waarschijnlijk meer geneigd is om te spreken van een succes dan een administratief medewerker die zijn hele manier van werken heeft moeten aanpassen om kosten te besparen. Wie zou je kunnen uitnodigen om de vraag te beantwoorden in welke mate de verandering succesvol was? In brede zin zou je kunnen denken aan:

  1. Managers
  2. Medewerker door de hele organisatie heen
  3. Eigenaren
  4. Klanten
  5. Toeleveranciers, en zelfs
  6. Vertegenwoordigers van de gemeenschap en/of belangengroepen
  7. Vertegenwoordiger van de (locale) overheid
  8. Crediteuren

3. Het WANNEER van succesvolle verandering gaat over de vraag op welk moment je de vraag stelt of de verandering succesvol was. Als je het het personeel vlak nadat het management tot enkele veranderingen heeft besloten vraagt krijg je misschien heel andere antwoorden dan wanneer je het ze een jaar later vraagt. Afhankelijk van het type project zou je kunnen evalueren op de volgende momenten:

  1. Tijdens de verandering
  2. Vlak na het project is beëindigd,
  3. (bijvoorbeeld) na een half jaar,
  4. (bijvoorbeeld) na een jaar.
Het plaatje hieronder visualiseert de drie dimensies.
Plaatsen/stemmen op NUjij Plaats/Stem op NUjij.nl

Waarom mislukt 80% van de organisatieveranderingsprojecten? Maar wacht eens … ís dat wel zo?

Heb je weleens iemand horen beweren dat 70 of 80% van alle veranderinitiatieven in organisatie mislukt? Heb je ook gemerkt dat een dergelijke claim meestal niet ondersteund wordt door specifieke verwijzingen naar één of meer wetenschappelijke studies of publicaties? Ik stel dat die bewering te algemeen is om valide en nuttig te kunnen zijn en dat hij een contraproductief effect kan hebben.  Dit is waarom. In 2002, onderzocht Martin Smith systematisch de succesratio’s van verschillende soorten organisatieverandering (Success rates for different types of organizational change) door 49 gepubliceerde rapporten die samen 40.000 vertegenwoordigden met elkaar te vergelijken. Op basis van zijn onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken:
  1. Gepubliceerde succesratio’s variëren tamelijk sterk per soort organisatieverandering. Smith vond bijvoorbeeld dat cultuurveranderingsprogramma’s veel vaker mislukken dan strategieimplementaties of herontwerpprojecten.
  2. Gepubliceerde succesratio’s variëren tamelijk sterk over de tijd. Ouderde bevindingen voor bepaalde succespercentages kunnen afwijjken van meer recente gegevens (dit heeft te maken met contextuele factoren en met verbeterde kennis, methoden en vaardigheden).
  3. Succesratio’s hangen af van de criteria voor succes die gebruikt worden. De studie laat zien dat de meer brede criteria (financiële prestaties, aandeelhouderswaarde, etc.) in het algemeen hogere succespercentages laten zien dan meer gedragsmatige maten (klanttevredenheid, managementgedrag, etc.).
  4. Gevestigde belangen van mensen die rapporteren over de onderzoekingen kunnen de werkelijke succesratio’s drukken. Gerapporteerde succesratio’s kunnen worden gebruikt (misbruikt) om bepaalde verandermethodes te verkopen.
Denken en praten in termen van algemeen geldende hoge faalpercentagges is niet alleen ongerechtvaardigd, het kan ook negatieve praktische consequenties hebben.
  1. Ongerechtvaardigd pessimisme: denken dat organisatieverandering wel bijna gedoemd is om te mislukken schept een negatieve verwachting van succes die een grote kans heeft zich te ontwikkelen tot een self-fulfilling prophecy. Zelfs als is het zo dat een bepaalde type verandering in veel gevallen mislukt, dan zegt dit niet zoveel over jouw huidige project. Bovendien wordt vaak miskent dat er nog steeds veel projecten zijn die wel slagen.
  2. Verlamming: als gevolg van (1) kan een gevoel van hulpeloosheid onstaan die kan leiden tot verlamming. Als je denkt dat dit project gedoemd is om te mislukken, wat kun je dan meer doen dan jammeren en passief je noodlot tegemoet gaan?
  3. Verkeerde beslissingen: er van overtuigd zijn door consultants die beweren een silver bullet aanpak te hebben kan ondermijnend werken voor je onafhankelijkheid, je uniciteit en je eigen verandercapaciteit.
  4. Verkeerde maten: denken in deze algemene termen (falen/slagen) kan ertoe leiden dat je te oppervlakkig gaat denken over organisatieverandering. Een initiatief kan relatief succesvol zijn in één opzicht (bijvoorbeeld winstgevendheid) en een relatieve mislukking in een ander opzicht (bijvoorbeeld marktaandeel).
Het is moeilijk om algemeen advies te geven over organisatieverandering omdat het onderwerp enorm veelomvattend en complex is. Toch zijn hier enkele voorzichtige suggesties.
  1. Verander niet meer dan nodig. Organisaties zijn dynamische systemen waarin continue verandering onvermijdelijk is. Constante vernieuwing is essentieel om het systeem vitaal te houden. Het lijkt echter verstandig om zorgvuldig om te gaan met de introductie van drastische verandering. Als drastische verandering faalt kunnen de gevolgen uitermate schadelijk te zijn. Denk zorgvuldig over de boodschap die je zendt naar de organisatie. Een boodschap van alles-moet-anders kan heel demotiverend werken voor personeel (“blijkbaar hebben we tot nu toe gefaald”).
  2. Volg een succesperspectief. Maak duidelijk waartoe je de verandering nodig hebt en definieer de gewenste situatie in positieve en concrete termen. Richt je inspanningen primair op het identificeren van wat werkt om vooruitgang in de richting van de gewenste situatie te maken.
  3. Wees er terughoudend in om zwaar te leunen op externe hulp. In de meeste gevallen zijn organisaties in staat om hun eigen doelen te definiëren en hun eigen oplossingen te vinden om die doelen te bereiken. Hulp van buitenaf kan nuttig en praktisch zijn maar ook kostbaar en het kan je uniciteit en je verandervermogen verzwakken.
  4. Evalueer doordacht. Vermijdt bij het evalueren van het veranderinitiatief ongenuanceerd, eendimensionale evaluatie-aanpakken. Gebruik in plaats daarvan een succesgerichte evaluatieaanpak (voorbeeld).
Ben jij betrokken bij organisatieverandering? Zijn deze commentaren en suggesties nuttig voor je?
Plaatsen/stemmen op NUjij Plaats/Stem op NUjij.nl

Stel dat in het komend jaar alles zou veranderen, welke 3 dingen zou je dan het liefst willen behouden?

Jack Weerdmeester (www.deuitzondering.nl) stuurde het volgende bericht:

Stel dat in het komend jaar alles zou veranderen, welke 3 dingen ( binnen jouw invloedssfeer) zou je dan het liefst willen behouden?

Toen ik onlangs deze vraag aan een team stelde wat aan het begin van een veranderingsproces stond, begonnen de teamleden gelijk te benoemen wat er goed ging en wat ze in het werk en in elkaar waardeerden. De sfeer sloeg om van gereserveerd en afwachtend naar betrokkenheid. De rest van het (eerste) gesprek ging bijna uitsluitend over deze vraag en vragen als: wat maakt dat je deze dingen zo waardeert? En wat zou jij kunnen( blijven) doen om ervoor te zorgen dat deze dingen behouden blijven? Hoe doe je dat nu? En hoe lukt je dat? Wie of wat helpt je daarbij? Etc..

Deze vraag is niet alleen heel bruikbaar bij organisatieveranderingen, maar ook bij de start van een training of coachingstraject. Behalve dat het belangrijke informatie geeft over wat voor de ander werkelijk van waarde is, helpt het ook om het ijs te breken en op een persoonlijke manier kennis met elkaar te maken.

Iedereen heeft in meer of mindere mate de behoefte om te veranderen ( beter;efficiënter; mooier; rijker; gelukkiger ) Daarnaast hebben we ook allemaal een behoefte om de dingen te houden zoals ze zijn, zelfs als ze niet ( meer) voldoen. Wanneer je als coach; trainer of manager te snel op verandering gaat zitten krijg je onherroepelijk weerstand. Wanneer je gaat pushen terwijl iemand al aan het bewegen is, gaat diegene tegenhangen. Wanneer je teveel op behoud blijft zitten verandert er te weinig. Het is dus de kunst om met voldoende aandacht voor dat wat goed gaat en wat behouden moet worden te werken aan verandering. Werken vanuit wat er al is en niet steeds overnieuw beginnen. In veel veranderingsprocessen worden hele klassen vol kinderen met het badwater weggegooid en is anders lang niet altijd beter.

Soms ontkom je niet aan (ingrijpende) veranderingen en het verlies van zaken die men liever niet kwijt wil. Dat vraagt energie, maar vooral bereidheid en motivatie van de betrokkenen. In die situaties merk ik dat het belangrijk is om steeds het belang en de meerwaarde voor de medewerkers te belichten en te vertrekken vanuit de wensen en ideeën waar ze zelf mee komen. ( Goud delven i.p.v. goud verkopen)
Ook het durven loslaten van probleemdenken is daarbij belangrijk. Creëren is van een andere orde dan problemen oplossen.

Wanneer veranderingen bedoeld zijn om problemen op te lossen worden ze nog steeds door het probleem gestuurd. Ik moet dan denken aan iemand die met een bordje langs de weg staat te liften waarop staat “ Ik wil niet naar Groningen” Het kan natuurlijk een interessante reis worden, maar persoonlijk bedenk ik liever waar ik wel naartoe wil.

Plaatsen/stemmen op NUjij Plaats/Stem op NUjij.nl

SFC CUBE: three dimensions of solution-focused change

Plaatsen/stemmen op NUjij Plaats/Stem op NUjij.nl

Oplossingsgerichte verbetering van bedrijfsprocessen

Onlangs vroeg ik organisatie-adviseurs hoe zij de de oplossingsgerichte aanpak gebruiken. Vandaag kreeg ik de onderstaande reactie toegezonden van Michiel Bontenbal:

Soort advisering: Bij een nieuw Nederlands energiebedrijf geef ik advies hoe de verschillende managers/medewerkers de bedrijfsprocessen kunnen verbeteren, vaak vanuit de LEAN gedachte. Het bedrijf heeft circa 120 complexe administratieve processen die het bijvoorbeeld mogelijk maken dat onze 800.000 klanten een factuur krijgen, een verlengingsaanbod krijgen of kunnen verhuizen. Als relatief jong energiebedrijf is het bedrijf volop in ontwikkeling en veel bedrijfsprocessen functioneren nog verre van optimaal. Gelukkig heeft iedereen bij de organisatie de wil om dit te verbeteren!

Wanneer ik voor het eerst van de oplossingsgerichte benadering hoorde en deze ben gaan gebruiken: Kort nadat in dienst trad, heb ik voor het eerst -via managementsite.nl-  van de oplossingsgerichte aanpak gehoord. Inmiddels heb ik twee van je boeken gelezen: Doen wat werkt en Paden naar Oplossingen. En uiteraard wekelijks de NOAM-nieuwsbrief!

Hoe ik de oplossingsgerichte aanpak gebruik: Het oplossingsgerichte werken gebruik ik inmiddels dagelijks in mijn werk. Ik merk ook dat ik de oplossingsgerichte aanpak óók privé gebruik, maar dat terzijde.
Mijn aanpak is vooral faciliterend: ik leid workshops, hou interviews, voer gesprekken en geef gaandeweg mijn advies. In de workshops en interviews gebruik ik vaak de oplossingsgerichte vragen, zoals de schaalvraag, de continueringsvraag, de wat-gaat-er-betervraag en de nuttigvraag. Ook de wondervraag en de eerdere successenvraag (vaak in de vorm van een suggestie) komen vaak voorbij.

Hieronder twee voorbeelden van hoe ik de schaalvraag recent heb gebruikt.

Voorbeeld 1

In acht verschillende workshops heb ik – als opwarmertje – gevraagd aan de deelnemers met welk cijfer zij de verschillende processen beoordelen. Tijdens de workshops heb ik gemerkt dat het geven van een cijfer heel positief bijdraagt. De workshops gaan dan niet meer over ‘alles wat er mis gaat’ maar gaan dan ook over zaken die wél goed gaan. Het schalen stemt iedereen positiever, ook omdat iedereen ervaart dat het cijfer minder slecht is dan verwacht. Per workshop kost het cijfer geven plus het bespreken ervan ongeveer 10 minuten. Hieronder het resultaat:

sshot-121

Het resultaat spreekt volgens mij voor zich. Het management gebruikt deze informatie om te sturen welke processen prioriteit hebben voor verbetering. In 2010 gaan we dit herhalen en de cijfers vergelijken.

Vaak laat ik deze schaalvraag volgen door de continueringsvraag en/of de platformvraag. Vanaf daar stellen we gezamenlijk het platform vast wat er nog verbeterd kan worden.

Voorbeeld 2: Schalen van haalbaarheid en toegevoegde waarde. Hieronder wil ik je een ander voorbeeld geven hoe ik de schaalvraag  toepas. Het bedrijf is voortdurend op zoek naar ‘low hanging fruit’ voor procesverbeteringen. Met het stellen van twee schaalvragen proberen we dat vaak inzichtelijk te maken. Het betreft de volgende twee vragen:

  • Wat is de haalbaarheid van dit verbeterpunt? (Schaal: Eenvoudig, Gemiddeld, Moeilijk, x-as)
  • Wat is de toegevoegde waarde van dit verbeterpunt? (Schaal: Hoog, Middel, Laag, y-as)

Onlangs heb ik een workshop gefaciliteeerd waarbij we gezamenlijk de prioriteit van het wegwerken van backlog bepaalden. Die workshop heeft geresulteerd in het volgende plaatje:

sshot-122

De punten in het vak rechtsbovenin zijn dus het ‘low hanging fruit’. De verschillende managers (hun namen staan tussen haakjes) en de COO gebruiken het resultaat. In januari mag ik een vervolg workshop organiseren.

Hoe de oplossingsgerichte aanpak me helpt in mijn werk

Ik ben bijzonder blij met de oplossingsgerichte aanpak. Het belangrijkste voordeel van de oplossingsgerichte aanpak is dat deze focust op de oplossing en niet op het probleem. Het focussen op wat goed gaat (schaalvraag, continueringsvraag, wat-gaat-er-beter vraag) stemt iedereen positiever. Ik heb onlangs het boek ‘Positivy’ van Barbara Fredrickson gelezen en ben mede door dat boek overtuigd van het nut van positiviteit.

Ik  weet dat ik nog steeds veel te leren heb en nog flink kan groeien in de oplossingsgerichte benadering. Ik ben er in ieder geval druk mee bezig. De komende periode ga ik verder aan de slag met het verder integreren van de oplossingsgerichte benadering binnen mijn dagelijkse werk.

Ik dank je voor de inspiratie die je me gegeven hebt!

Vriendelijke groet,

Michiel Bontenbal

Plaatsen/stemmen op NUjij Plaats/Stem op NUjij.nl

Democratie op het werk

Heb je je weleens afgevraagd wat democratie voor bedrijven zou kunnen betekenen? Bestaan er democratische bedrijven? Misschien heb je weleens gehoord van Semco. Maar zijn er nog andere organisaties die democratische principes toepassen? En als dat zo is, hoe passen ze die principes toe? En waar leidt dat toe? Werkt het? Wie profiteren ervan? Maakt het de besluitvorming niet erg traag? Is er nog sprake van hierarchie in dat soort bedrijven? Traci Fenton (foto), oprichter van worldblu heeft een lezing gegeven op de University of Michigan die ingaat op deze en andere vragen over democratie in bedrijven. De lezing beantwoordt niet al mijn vragen maar vormt een interessant vertrekpunt om de kwestie van bedrijfsdemocratie te gaan verkennen. Bekijk de lezing hier.
Plaatsen/stemmen op NUjij Plaats/Stem op NUjij.nl

Voorzichtig met dat doel!

enron20stock20priceVerschillende auteurs hebben het belang van goed geformuleerde doelen benadrukt voor oplossingsgericht werken (buijvoorbeeld De Shazer, 1991; DeJong & Berg, 2008). Dus, gegeven mijn speciale belangstelling voor doelen (en mijn overtuiging dat het vaak wijs is om uit te dagen wat ik denk te weten) was geinteresseerd in een blog post op The situationist: The downside of goal setting. Een artikel dat in dit bericht vermeld werd trok in het bijzonder mijn aandacht: Goals Gone Wild. De auteurs van dit artikel erkennen dat doelen positieve resultaten kunnen produceren maar zij zeggen het uitdagende karakter van doelen op hol kan slaan: 1) wanneer doelen te specifiek zijn, 2) wanneer doelen te smal zijn,  3) wanneer er teveel doelen zijn, 4) wanneer een ongeschikte tijdshorizon wordt gebruikt en 5) wanneer doelen te uitdagend zijn. Op hol geslagen doelen kunnen leiden tot: 1) het nemen van buitensporige risico’s, 2) onethisch gedrag, 3) negatieve psychologische consequenties wanneer doelen niet gehaald worden, 4) verminderde leren en samenwerking, 5) een cultuur van concurrentie en 6) beschadigde motivatie. De auteurs roepen op om bij het gebruik van doelen zorgvuldig te doseren, schadelijke bij-effecten in het oog te houden en goed te superviseren.
Zoals altijd zijn reacties op hoe dit nuttig zou kunnen zijn (en andere reacties) welkom.
Plaatsen/stemmen op NUjij Plaats/Stem op NUjij.nl

Veerkracht van organisaties in crisistijd

In 2005 schreef ik Veerkracht van organisaties in crisistijd, een artikel dat een onderzoek door Jody Hoffer Gittell, Kim Cameron en Sandy Lim beschrijft naar de luchtvaartindustrie na 9/11. Welke bedrijven zijn effectief omgegaan met de crisis en hoe deden zij dat?
Het onderzoek concludeerde: Financiële reserves, gekoppeld aan een sterke commitment aan personeel bleken zeer sterk samen te hangen met de veerkracht van de organisaties. Met andere woorden: hoe hoger de financiële reserves en hoe lager het percentage ontslagen dat de luchtvaartmaatschappijen pleegden, hoe sneller de aandelenkoers van het betreffende bedrijf zich herstelde. Veerkracht van organisaties lijkt wel een actueel thema gezien de huidige crisis. Misschien is het daarom nuttig dit onderzoek nog eens na te lezen (zie hier).
Plaatsen/stemmen op NUjij Plaats/Stem op NUjij.nl

Gelegenheid geven om problemen te herkauwen?

Gisteren werd een interessante vraag gesteld in de solution-focused change LinkedIn group:

“I’ve had great success by leading with SF questions and techniques. By immediately focusing on where we’re going, I’ve been able to set the right tone. On the other hand, I can tell that some people are disappointed that they didn’t get a chance to ruminate on problems. Anyone else experience this?”

Dit is de suggestie die ik gaf:

“Interesting question. Yes, I have had this experience too. Over the years I have picked up a few things that helped. It may help to give people some room to express complaints, disappointments, etc. But it can be dangerous to let them do that in the group because that might take away enthusiasm of others. A solution that often works is to parallellize the process. For instance, you ask them to write down answers on yellow post-its to questions like: 1) what does not have to change because it is already going well? 2) what are you not yet satisfied about/what would you like to see different? 3) what ideas do you have about which contributions you might have to establishing the goal of …. 4) what ideas do you have about how we can make this session as useful as possible. You invite them to put their post-its on the wall when they have answered the questions. As a facilitator you can select a few items to discuss in the group. Usually the majority of the responses will be very constructive and realistic. Of course you can use your SF skills (like normalizing, reframing, etc.) when dealing with some complaints. The advantage of this kind of approach is that everyone can express their feelings and ideas regardless of where they stand without much risk of negativity dominating the process. I hope there is something of use in these ideas for you.”

Paden naar oplossingen

Plaatsen/stemmen op NUjij Plaats/Stem op NUjij.nl

De schaalvraag in teambuilding

Hieronder staat een fragment uit een sessie tussen een oplossingsgerichte teamcoach (TC) en een team waarbij de schaaltechniek gebruikt wordt. De coach was gevraagd om de teamleden (TL) enkele keren te begeleiden om de samenwerking in het team te helpen verbeteren.

TC:

Ik zou jullie graag eens willen vragen of het team, wat jullie betreft, al precies is zoals je zou willen dat het is?
TLn: (Gelach) Nee!
TC: (Lachend) Geen probleem! Het zou ook de eerste keer zijn dat ik zou meemaken dat het in een team al precies zo gaat als iedereen wenst. Oké, ik wil dan graag eens verkennen waar het team al staat. Stel je eens een schaal voor van 0 tot 10 waarbij 10 staat voor de situatie waarin het al helemaal gaat zoals je wenst en 0 voor de situatie waarin nog niets gaat zoals je wenst. Wil je eens voor je zelf op de kleine briefjes die ik heb uitgedeeld opschrijven waar jij vindt dat het team staat?
De teamleden geven hun score door. De teamcoach vraagt hen in duo’s eens een voorbeeld te noemen van een voldoening schenkend moment in het team. Ondertussen rekent de teamcoach de gemiddelde score uit. Na enkele minuten neemt de teamcoach het woord weer.
TC: Bedankt voor jullie scores. Ik heb berekend dat de score voor het team een 6 is. Het is dus nog niet zoals jullie willen dat het wordt maar jullie zijn zeker goed op weg naar die situatie. Hoe is het jullie al gelukt om nu op die 6 uit te komen?
TL 1: …. We gaan er allemaal echt wel voor. Dat blijkt ook wel uit het feit dat we hier nu allemaal zo zitten en gewoon allemaal serieus meedoen.
TC: Inderdaad, dat merk ik. Wat heeft nog meer geholpen om op die zes te komen?
TL 2 We zijn er allemaal wel een beetje aan toe om de problemen uit het verleden nu achter ons te laten en vooruit te gaan kijken.
TC: Dat klinkt prima. Wat nog meer?
TL 3: Als het er echt op aankomt dan zorgen we dat we ons werk als team goed doen.
De teamcoach vraagt nog een minuut of 10 door en stelt dan een ander type vraag.
TC: Het team staat nu op een zes, hè? Stel je eens voor dat het team volgende keer dat we elkaar zien op een 7 staat. Wat zou er dan anders en beter zijn in het team?
TL 2: Dan luisteren we beter naar elkaar. Als iemand iets zegt in het teamoverleg dan krijgt hij de ruimte en wordt hij serieus genomen.
TC: Prima, en wat nog meer?
TL 4: We komen op tijd op het overleg. Allemaal op tijd.
TC: Ik kan me voorstellen dat dat goed is. Wat nog meer?
TL 1: We ondersteunen elkaar beter als we zien dat een collega het erg druk heeft. We springen eerder voor elkaar in.
Het gesprek gaat door. Een uur lang stelt de coach allerlei onderdelen van schaalvraag. Naast de vragen die hij al in het voorbeeld stelde vraagt hij ook nog naar voorbeelden van situaties waarin het team eens hoger dan op de 6 stond. Ook vraagt hij richting het einde van de sessie aan ieder teamlid om voor zichzelf te bedenken wat zij de komende week kunnen doen om er aan bij te dragen dat het team een stapje vooruit op de schaal zet. Aan het eind van de sessie is de sfeer positief. De teamleden vonden de sessie prettig en nuttig.
Plaatsen/stemmen op NUjij Plaats/Stem op NUjij.nl

Laatste reacties

eventbuzz

3-D Managers Effectiviteit

Training | Reddin

3-D Managers Effectiviteit is een training van zes aaneengesloten dagen. De deelnemers bereiden zich er op voor door kennis te nemen van de 3-D Management Theorie en door een aantal tests,...

ManagementSite Netwerk

Redactie