Oplossingsgerichte gesprekken draaien om het nut voor de cliënt. Een type vragen dat gebruikt wordt om dit te bereiken is de zogenaamde nuttigheidsvraag. Het nut van deze vragen is uiteraard om gesprekken voor cliënten zo nuttig mogelijk te laten zijn. Oplossingsgerichte coaches stellen nuttigheidsvragen aan het begin van gesprekken, tijdens gesprekken en aan het eind [...]
Gastbijdrage van Robert Haringsma
Twee jaar geleden was ik aan het trainen voor de halve marathon. Ik liep dan bijna dagelijks mijn rondjes door het Vondelpark en aangezien het bijna zomer was, zaten overal groepjes mensen te eten en te drinken. Daar had ik geen aandacht voor, want ik was in discussie. Met mezelf. Vanaf de tiende kilometer was er een stem in me die begon te zeggen dat ik niet meer kon en dat ik nu toch echt te moe was. En ik zei tegen hem dat hij zich niet zo aan moest stellen. Ik kon nog best een stukje volhouden hield ik hem voor. Hoe overtuigend ik ook dacht te zijn, meestal verloor ik die discussie. De discussie met mezelf.’
Mijn kijk op intelligentie en talent is over de jaren behoorlijk veranderd. Misschien de eerste keer dat ik daar over schreef was in 2004 in mijn artikel The True Nature of Inteligence. Het betoogde dat terwijl intelligentie vaak gezien wordt als intrapersoonlijk, eendimensionaal en onveranderbaar het ook kan worden gezien als interpersoonlijk, multidimensionaal en ontwikkelbaar. Veel berichten op deze site hebben verwezen naar het aspect van ontwikkelbaarheid van intelligentie. Heb je mijn interview met Carol Dweck uit 2006 gelezen en mijn recente berichte over talent (hier en hier)? Hoewel veel mensen anders zijn gaan denken over intelligentie hoor ik nog steeds sceptische stemmen.
Op deze site heb ik vaak geschreven over het belang van progressie. De oplossingsgerichte aanpak gaat naar mijn idee in essentie vooral over progressie (ik heb oplossingsgericht helpen gedefinieerd als iemand helpen vooruitgang te boeken in de richting van zijn of haar eigen keuze – zie deze video). Ik zie progressie zelfs als cruciaal voor het vinden van betekenis en voldoening in het leven, hoewel ik toegeef dat er minder aantrekkelijke kanten aan progressie kunnen zitten). Ook heb ik geschreven over het motiverende effect van progressie (zie bijvoorbeeld dit bericht en dit bericht). Is er bewijs van het motiverende effect van progressie? Nu wel.
De oplossingsgerichte aanpak wordt weleens vergeleken met de Socratische methode. En hoewel er inderdaad enige overeenkomsten lijken te zijn tussen beide aanpakken zijn er ook belangrijke verschillen. Terwijl ik een nieuw boek van Elliot Aronson aan het lezen was (zijn autobiografie, Not by Change Alone: My Life as a Social Psychologist), kwam ik de volgende interessante passage tegen:
Hier zijn twee technieken voor leraren om een autonomie-ondersteunend leerklimaat te ontwikkelen. Voor jonge opgroeiende mensen is het belangrijk om richting gevende waarden, doelen en interesses te ontwikkelen. Deze kunnen dienen als criteria aan de hand waarvan beslissingen en keuzes in het leven kunnen worden gemaakt die aanvoelen als goed en betekenisvol. Hoe autonomer het proces van het formuleren en kiezen van deze richting gevende doelen, waarden en interesses aanvoelt, hoe meer eigenaarschap de persoon erbij zal beleven. Hoe kunnen we dan als leraren en ouders dit proces begeleiden en ondersteunen zonder dat we deze perceptie van autonomie verstoren? In dit boek beschrijven Johnmarshall Reeve en Avi Assor recent onderzoek naar twee aanpakken die dit proces ondersteunen:
Heidi Grant Halvorson, psychologe en auteur van Succeed: How We Can Reach Our Goals schreef een korte blog post over hoe managers het voor elkaar kunnen krijgen om mensen bepaalde doelen te laten bereiken. Dit bericht dat kort en elegant is – en ik beveel aan om het even te lezen – legt uit hoe mensen de voorkeur hebben om doelen na te streven die zij zelf gekozen hebben. Wanneer doelen moeten worden opgelegd, wat soms onvermijdelijk is, dan leidt het geven van veel autonomie en keuzevrijheid tot de grootst mogelijke kans dat het doel geaccepteerd wordt. Heidi Grant Halvorson geeft drie tips over hoe je dit voor elkaar kunt krijgen:
NOAM Trainingen: vooruit in oplossingsgericht werken
In eerdere berichten heb ik mijn skepsis geuit over een sterke nadruk op jezelf proberen te begrijpen. In het bericht How much self-knowledge is enough? heb ik tegen het idee betoogd dat introspectie een optimale weg naar zelfkennis is en heb ik me ook skeptisch uitgelaten over de wenselijkheid van vergaande zelfkennis zelf. Mijn kijk hierop is dat het niet nodig is om jezelf precies te kennen en dat dat ook geen haalbare kaart is. Je hoeft jezelf niet beter te kennen dan nodig is om goed te functioneren. Deze kijk op de zaak verklaart ook mijn reserve ten opzichte van interventies zoals het analyseren van de eigen persoonlijkheid, het identificeren van sterktes en het geven van persoonsgerichte complimenten. Ik denk dat dit soort denken een plannen-en-implementeren kijk op het leven en werken weerspiegeld terwijl ik denk dat een testen-en-leren benadering meer valide en effectief is. In plaats van jezelf te analyseren en veel over jezelf na te denken vermoed ik dat het wijzer is en meer voldoening geeft om de wereld in te kijken en een manier van interacteren met de wereld te vinden die werkt, zowel voor jouzelf als voor de wereld. Je zou dit ‘doen wat werkt’ kunnen noemen.
Here is a new book on human autonomy with contributions from many leaders in the field of self-determination theory which looks very interesting: Human Autonomy in Cross-Cultural Context: Perspectives on the Psychology of Agency, Freedom, and Well-Being.
Here is a product description: This volume presents the reader with a stimulating tapestry of essays exploring the nature of personal autonomy, self-determination, and agency, and their role in human optimal functioning at multiple levels of analysis from personal to societal and cross-cultural. The starting point for these explorations is self-determination theory, an integrated theory of human motivation and healthy development which has been under development for more than three decades (Deci & Ryan, 2000).
Oplossingsgerichte professionals confronteren hun cliënten niet maar blijven werken met wat cliënten dan ook maar naar voren brengen. Ze zijn heel optimistisch over zowel het vermogen als de intentie van cliënten om een steeds realistischer perspectief te ontwikkelen terwijl het gesprek zich ontvouwt. Oplossingsgerichte professionals werken met het referentiekader van cliënten. Ze confronteren niet, maken geen verwijten en dringen cliënten geen expert perspectief op. Ze doen dit omdat ze aannemen dat dit de snelste en meest veelbelovende manier om cliënten te helpen om een steeds constructiever, realistischer en nuttiger perspectief te ontwikkelen.
Op deze site blogt Coert Visser over de toepassing van de oplossingsgerichte benadering in organisaties.

Laatste reacties
bedankt Suchita!…
reactie op: Voorbeeld van een oplossingsgericht stuurgesprekEen goede video, prettig om op deze manier beter kennis te nemen van deze werkwijze! …
reactie op: Voorbeeld van een oplossingsgericht stuurgesprekBedankt Ruud!…
reactie op: Voorbeeld van een oplossingsgericht stuurgesprek