Deliberate practice en deep practice

Er is een groeiende belangstelling voor de vraag hoe individueel topfunctioneren tot stand komt. Onderzoek laat zien dat de manier waarop en de mate waarin individuen vaardigheden oefenen in grote mate de verschillen verklaren tussen toppers en anderen. Hieronder worden twee concepten van effectief oefenen besproken: deliberate practice and deep practice.

Deliberate practice: Anders Ericssons werk heeft laten zien dat het ontwikkelen van top expertise in mindere mate een kwestie is van ruw talent en meer een kwestie is van lang en bewust oefenen. Deliberate practice is een inspannende activiteit ontworpen om individuele target performance te ontwikkelen en bestaat uit vier elementen: 1) het is specifiek ontworpen om presteren te verbeteren, 2) het wordt vaak herhaald, 3) feedback op resultaten is steeds beschikbaar, 4) het is mentaal belastend en niet noodzakelijkerwijs plezierig omdat het betekent dat je je concentreert op onderdelen van je presteren die nog niet bevredigend zijn. Op deze manier rekt het je vaardigheden op. Indien je in staat bent op deliberate practice toe te passen dan profiteer je daarvan door beter te worden, vooral als je het extreem lang kunt volhouden. Toppresteren in een brede range van velden is altijd gebaseerd op een enorme hoeveelheid deliberate practice. Onderzoekers schatten dat een minimum van 10000 uren een vereiste is. Ook is het zo dat, om aan de top te blijven, voortgezette deliberate practice nodig is. Een interessant punt met betrekking tot deliberate practice is dat het effect cumulatief is. Je kunt het vergelijken met een weg waarop je reist. Elke afstand die je al hebt afgelegd telt. Dus als je op een vroegeren leeftijd begonnen bent zal dat een voordeel opleveren ten opzichte van een ander die later is begonnen.

Deep practice
: In zijn boek The Talent Code: Greatness Isn’t Born. It’s Grown. Here’s How., beschrijft Daniel Coyle een manier van effectief oefenen die hij ‘deep practice’ noemt. Deep practice is een manier van aandachtig oefenen die veel op deliberate practice lijkt (wat Coyle erkent). Wat er plaatsvindt in de hersen terwijl deep practice wordt beoefend wordt beschreven in dit artikel: Mastery through Myelin. Een eerste stap in deep practice is om te kijken naar de taak als een geheel. Een manier om dat te doen is om een ervaren en bekwame persoon te observeren. Een tweede stap is om de taak op te splitsen in zo klein mogelijke componenten (chunks) en deze apart te oefenen. Vervolgens worden deze cunks in toenemende mate in grotere brokken samengevoegd en geoefend. Een derde stap is om te spelen met tempo. Eerst wordt de taak langzamer uitgevoerd en dan weer sneller. Vertragen van de taakuitvoering helpt je om fouten beter op te merken wat een grotere mate van precisie mogelijk maakt. Om vaardigheden op te bouwen en in stand te houden is het nodig dat deep practice wordt volgehouden waarbij een tijdsinvestering van tussen de 3 en de 5 uur per dag een optimaal effect geeft. Bij deep practice kies je een specifiek doel (een deel van de taak dat je wilt beheersen), dan doe je poging om het doel te halen, dan evalueer je de kloof tussen het doel en de kwaliteit van je poging en je begint opnieuw. Het detecteren van fouten is essentieel voor het boeken van vooruitgang. Dit fouten-gerichte element van deep practice maakt dat het een worsteling is, een proces van je ‘uitrekken’ dat vaak frusterend en onbevredigend voelt maar dat leidt tot groei.

Hoewel ik er niet helemaal van overtuigd ben dat Coyles beschrijving van effectief oefenen een eigen naam verdient (‘deliberate practice’ volstaat volgens mij) is zijn uitleg interessant en nuttig. Zijn aandacht voor chunking, fouten-focus, vertragen en herhalen zetten aan tot denken.
Plaatsen/stemmen op NUjij Plaats/Stem op NUjij.nl

Laatste reacties

ManagementSite Netwerk

Redactie