Toepassing van Theory of planned behavior (casus)
Gastbijdrage door Jacqueline Ridder (jridder@humancompany.nl)
Recent volgde ik de training “Doen wat werkt in Organisatieverandering” waarin een praktisch model uitgewerkt werd over de wijze waarop effectief gedrag in de praktijk tot stand kan worden gebracht. De basis hiervan is de Theory of planned behavior (klik op de link voor een beschrijving hiervan). Het model sprak me onmiddellijk aan, omdat het modelmatig weergeeft wat ik op basis van mijn veranderkundige achtergrond eigenlijk allang weet: dat een combinatie van inzet van medewerkers èn managers bepalend is om het gewenste gedrag bij medewerkers werkelijk en duurzaam tot stand te brengen. Immers, veranderen doe je samen, in de interactie tussen managers en medewerkers. Ik besloot het model te gebruiken voor een presentatie aan een opdrachtgever over een training/intervisie traject dat net was afgerond.
De klant is een grote logistieke dienstverlener waarvoor wij een meerdaagse training verzorgen. De te evalueren trainingsdag was gericht op het organiseren van meer klantfocus in het handelen en op het versterken van het pro actief en klantgericht communiceren door uitvoerende medewerkers. De medewerkers werden getraind in praktische communicatieve vaardigheden; daarnaast kwam in de training regelmatig aan de orde welke condities (nog) niet vervuld waren om werkelijk het gewenste gedrag te vertonen. In de presentatie wilden mijn collega en ik benadrukken dat het trainen van medewerkers pas echt rendement oplevert als ook aan de overige condities is gewerkt. Maar hoe breng je dit over het voetlicht zonder over te komen als “betweterige adviseur” of “belangenbehartiger van de medewerkers”? Het model bood een handige kapstok hiervoor. Hieronder zal ik kort toelichten wat heeft gewerkt, en hoe wij het hebben uitgewerkt.
Tijdens de trainingsdagen heb ik informatie verzameld over wat al werkt om pro actief en klantgericht te communiceren, en over wat nog nodig is om een stap verder te komen. Deze informatie heb ik geordend naar de 4 “draaiknoppen” en in een presentatie heb ik het model in een versimpelde vorm weergegeven. Hieronder zal ik kort per draaiknop enkele voorbeelden hiervan aangeven.
Gastbericht door Alan Kay (English version of this post can be read here)
Hoe ziet de praktijk van oplossingsgericht veranderen er uit? Meer dan 12 jaar oplossingsgericht werken waarbij het oplossingsgerichte model de kern is van wat ik mijn cliënten bied, laat zien dat het één van de beste manieren is om organisaties vooruitgang in verandering te laten maken. Deze manier van denken is bruikbaar voor alle organisatie en voor alle functies binnen die organisaties … van bankiers tot jeugdhulpverlening, van actuarissen tot architecten.
1. Oplossingsgericht werken vraagt, het vertelt niet. De consultant presenteert geen oplossing – de cliënt komt tot de verandering via de betere vragen van de consultant.
Waarom? Ik zeg tegen cliënten dat zij weten wat ze moeten doen maar dat dit alleen niet duidelijk voor hen is omdat ze in hun denken verstrikt geraakt zijn door probleemgerichtheid in hun strategische en in hun tactische discussies. Oplossingsgericht werken zorgt ervoor dat de niet-productieve discussie verdwijnt en helpt om te verhelderen wat ze willen dat er beter wordt (wat ze in plaats van het probleem willen).
Recent heb ik heb ik enkele uitgangspunten van oplossingsgerichte organisatieverandering beschreven. Hier zijn ze:
Een uitgangspunt bij oplossingsgericht verandermanagement is om helder de motivering achter veranderdoelen te communiceren. Wanneer een helder geformuleerde motivering voor de gewenste verandering ontbreekt, is het waarschijnlijk dat veel mensen in de organisatie niet begrijpen waarom de verandering noodzakelijk is waardoor ze niet gemotiveerd zijn om zich in te spannen voor de verandering. Verandering geloofwaardig en acceptabel wanneer en zorgvuldig aandacht wordt besteed aan het uitleggen van de redenen achter doelen, regels en beslissingen, bij voorkeur in termen van specifieke verwachte voordelen.
Deze workshop die wordt verzorgd door Coert Visser en Gwenda Schlundt Bodien is bedoeld voor managers, consultants, projectmanagers en -medewerkers en coaches die een (bege)leidende rol spelen bij organisatieverandering. Denk hierbij zowel aan systeembrede veranderingen als aan veranderingen op afdelingen.
De oplossingsgerichte veranderaanpak leidt er vaak toe dat organisatieveranderingen relatief prettig, snel en succesvol verlopen. De workshop reikt handvatten aan om de oplossingsgerichte uitgangspunten en werkwijzen te kunnen benutten bij uw eigen organisatieveranderingen. In de workshop krijgen deelnemers gelegenheid om kennis te nemen van en oefenen met oplossingsgerichte interventies en om de oplossingsgerichte invalshoek te benutten in de eigen casuïstiek Ook worden diverse bruikbare inzichten uit de sociale en organisatiepsychologie op een praktisch relevante manier ter beschikking gesteld.
In dit bericht heb ik uitgelegd dat de bewering dat 80% van de organisatieveranderingsinitiatieven mislukt grotendeels ongefundeerd is en potentieel schadelijk. Gepubliceerde succesratio’s variëren tamelijk sterk per type verandering en over tijd. Maar ze hangen ook af van het soort succescriteria dat gebruikt wordt en van aan wie je het vraagt. In vervolg op dat bericht zijn hier enkele gedachten over hoe je zou kunnen differentiëren in de manier waarop je succesratio’s meet van een bepaald veranderprogramma. Ik suggereer om drie dimensies te onderscheiden.
Gisteren werd een interessante vraag gesteld in de solution-focused change LinkedIn group:
“I’ve had great success by leading with SF questions and techniques. By immediately focusing on where we’re going, I’ve been able to set the right tone. On the other hand, I can tell that some people are disappointed that they didn’t get a chance to ruminate on problems. Anyone else experience this?”
Dit is de suggestie die ik gaf:
“Interesting question. Yes, I have had this experience too. Over the years I have picked up a few things that helped. It may help to give people some room to express complaints, disappointments, etc. But it can be dangerous to let them do that in the group because that might take away enthusiasm of others. A solution that often works is to parallellize the process. For instance, you ask them to write down answers on yellow post-its to questions like: 1) what does not have to change because it is already going well? 2) what are you not yet satisfied about/what would you like to see different? 3) what ideas do you have about which contributions you might have to establishing the goal of …. 4) what ideas do you have about how we can make this session as useful as possible. You invite them to put their post-its on the wall when they have answered the questions. As a facilitator you can select a few items to discuss in the group. Usually the majority of the responses will be very constructive and realistic. Of course you can use your SF skills (like normalizing, reframing, etc.) when dealing with some complaints. The advantage of this kind of approach is that everyone can express their feelings and ideas regardless of where they stand without much risk of negativity dominating the process. I hope there is something of use in these ideas for you.”
Hieronder staat een fragment uit een sessie tussen een oplossingsgerichte teamcoach (TC) en een team waarbij de schaaltechniek gebruikt wordt. De coach was gevraagd om de teamleden (TL) enkele keren te begeleiden om de samenwerking in het team te helpen verbeteren.
|
TC: |
Ik zou jullie graag eens willen vragen of het team, wat jullie betreft, al precies is zoals je zou willen dat het is? |
| TLn: | (Gelach) Nee! |
| TC: | (Lachend) Geen probleem! Het zou ook de eerste keer zijn dat ik zou meemaken dat het in een team al precies zo gaat als iedereen wenst. Oké, ik wil dan graag eens verkennen waar het team al staat. Stel je eens een schaal voor van 0 tot 10 waarbij 10 staat voor de situatie waarin het al helemaal gaat zoals je wenst en 0 voor de situatie waarin nog niets gaat zoals je wenst. Wil je eens voor je zelf op de kleine briefjes die ik heb uitgedeeld opschrijven waar jij vindt dat het team staat? |
| De teamleden geven hun score door. De teamcoach vraagt hen in duo’s eens een voorbeeld te noemen van een voldoening schenkend moment in het team. Ondertussen rekent de teamcoach de gemiddelde score uit. Na enkele minuten neemt de teamcoach het woord weer. | |
| TC: | Bedankt voor jullie scores. Ik heb berekend dat de score voor het team een 6 is. Het is dus nog niet zoals jullie willen dat het wordt maar jullie zijn zeker goed op weg naar die situatie. Hoe is het jullie al gelukt om nu op die 6 uit te komen? |
| TL 1: | …. We gaan er allemaal echt wel voor. Dat blijkt ook wel uit het feit dat we hier nu allemaal zo zitten en gewoon allemaal serieus meedoen. |
| TC: | Inderdaad, dat merk ik. Wat heeft nog meer geholpen om op die zes te komen? |
| TL 2 | We zijn er allemaal wel een beetje aan toe om de problemen uit het verleden nu achter ons te laten en vooruit te gaan kijken. |
| TC: | Dat klinkt prima. Wat nog meer? |
| TL 3: | Als het er echt op aankomt dan zorgen we dat we ons werk als team goed doen. |
| De teamcoach vraagt nog een minuut of 10 door en stelt dan een ander type vraag. | |
| TC: | Het team staat nu op een zes, hè? Stel je eens voor dat het team volgende keer dat we elkaar zien op een 7 staat. Wat zou er dan anders en beter zijn in het team? |
| TL 2: | Dan luisteren we beter naar elkaar. Als iemand iets zegt in het teamoverleg dan krijgt hij de ruimte en wordt hij serieus genomen. |
| TC: | Prima, en wat nog meer? |
| TL 4: | We komen op tijd op het overleg. Allemaal op tijd. |
| TC: | Ik kan me voorstellen dat dat goed is. Wat nog meer? |
| TL 1: | We ondersteunen elkaar beter als we zien dat een collega het erg druk heeft. We springen eerder voor elkaar in. |
| Het gesprek gaat door. Een uur lang stelt de coach allerlei onderdelen van schaalvraag. Naast de vragen die hij al in het voorbeeld stelde vraagt hij ook nog naar voorbeelden van situaties waarin het team eens hoger dan op de 6 stond. Ook vraagt hij richting het einde van de sessie aan ieder teamlid om voor zichzelf te bedenken wat zij de komende week kunnen doen om er aan bij te dragen dat het team een stapje vooruit op de schaal zet. Aan het eind van de sessie is de sfeer positief. De teamleden vonden de sessie prettig en nuttig. | |
Veel mensen die beginnen met het toepassen van oplossingsgerichte technieken hebben baat bij het lezen van voorbeeldaanpakken. Daarom volgt hier een eenvoudig voorbeeld van een aanpak die gevolgd is bij een team van een Regionaal Opleidings Centrum in het oosten van het land. Het doel was om een bezinningsdag te verzorgen voor de ongeveer 25 medewerkers van afdeling van de opleiding Onderwijsassistent. De oorspronkelijke formulering van de vraagstelling was: “Wat is onze motivatie, wat is onze drijfveer voor geven van onderwijs binnen de opleiding Onderwijsassistent en hoe waarborgen we de kwaliteit? Met andere woorden wat is onze innerlijke passie, waar gaan we voor?”. Na een gesprek werd het doel van de bijeenkomst als volgt geherformuleerd: Deze jaarlijkse bezinningsdag heeft als doel om een bijdrage te leveren aan het ontwikkelen van de kwaliteit van het werken, het plezier in het werk en aan het verder verbeteren van de teamgeest. Tijdens de sessie wordt ruimte geboden aan het expliciteren van de eigen passie en innerlijke overtuigingen en drijfveren. Het programma van de dag zag er als volgt uit:
Programma bezinningsdag – Team Opleiding Onderwijsassistent
Ochtend
• Start
• Sprankelend moment
• Toekomstprojectie
• Wat wil je behouden?
• Hoe wil je dat het wordt?
• Wat is de volgende stap?
• De complimentenmuur
• Nuttigvraag
Middag
• Brainstorm verwachtingen en grenzen
• Sturen op verwachtingen en grenzen
• Feedback
• Nuttigvraag
• Afsluiting
Hieronder volgt een toelichting op de onderdelen van het programma.
Start: welkom, nuttigvraag, doel, aanpak. Aftrap door de leidinggevende van de afdeling
Sprankelend moment. De deelnemers vormen duo’s en vertellen elkaar in enkele minuten tijd over een voldoening schenkend moment op hun werk de afgelopen weken (een sprankelend moment). Degene die luistert naar het verhaal moedigt aan en vraagt nieuwsgierig door tot hij de situatie voor zich ziet.
Toekomstprojectie: een oefening die is gericht op het in kaart brengen van de gewenste situatie voor het team en die leidt tot concrete stapjes vooruit voor ieder individueel teamlid. De oefening bestaat uit de volgende drie onderdelen:
1. Wat wil je behouden? (de continueringsvraag) In duo’s beantwoorden de deelnemers de vragen: a) Wat hoeft er niet te veranderen omdat het al goed (genoeg) gaat? b) Welke verbeteringen heeft het team het afgelopen jaar weten te bereiken?
2. Hoe wil je dat het wordt? Bij dit onderdeel maken we een sprong in de tijd van (bijvoorbeeld) een jaar en we stellen dat het team er in geslaagd is om (nog) betere resultaten te bereiken. De volgende vragen worden in drie subgroepen beantwoord: a. Wat gaat er straks beter? (en wat zijn hiervan de voordelen?), b. Waaraan merken ANDEREN binnen en buiten de organisatie straks dat het team succesvoller is geworden? (de perspectiefwisselingsvraag) De antwoorden worden genoteerd op een flip-overvel en de subgroepen presenteren hun antwoorden aan elkaar.
3. Wat is de volgende stap? In duo’s beantwoorden de deelnemers de volgende vragen: a) Welke signalen wijzen er op dat de afdeling er in kan slagen om (nog) succesvoller te gaan worden? welke positieve aanwijzingen zie je daarvoor? b) welke stappen kan het team op korte termijn zetten om verdere verbeteringen te bereiken? c) welke concrete kleine stap zou jij zelf al heel snel kunnen en willen zetten om hier een goed begin mee te maken? d) hoe kan het management wat jou betreft zo goed mogelijk bijdragen aan de verbeteringen?
De complimentenmuur: de deelnemers worden uitgenodigd om over elkaar te benoemen wat zij in elkaar waarderen.
De nuttigvraag: bij de afsluiting van de ochtend wordt iedereen uitgenodigd om voor zichzelf te benoemen op gele post briefjes te noteren hoe de ochtend nuttig is geweest en welke stap vooruit zij willen zetten. De briefjes worden vervolgens op een flip-overvel verzameld.
Brainstorm verwachtingen en grenzen. Ga uiteen in groepjes van vier. Beantwoord met elkaar de volgende vier vragen en schrijf de antwoorden van de groep op een flip-overvel. Na afloop worden de antwoorden plenair gepresenteerd. Het is niet nodig om definitieve standpunten te formuleren of beslissingen te nemen over deze onderwerpen. Het doel van deze oefening is vooral om ideeën te genereren en in kaart te brengen hoe ieder over dit soort vragen denkt.
Wat verwachten we minimaal van iedere collega? Waaraan moet ieder teamlid minimaal voldoen zodat het team succesvol kan zijn? Welk positief gedrag moet ieder teamlid in ieder geval laten zien?
1.
2.
3.
Welke grenzen gelden er voor ieder teamlid? Wat is niet de bedoeling in het team? Welk gedrag willen we niet zien?
4.
1.
2.
Wat verwachten we minimaal van iedere leerling? Waaraan moet iedere leerling minimaal voldoen zodat hij/of zij goed mee kan doen op school?
1.
2.
3.
Welke grenzen gelden er voor iedere leerling? Wat is niet de bedoeling in de klas? Welk gedrag willen we niet zien van leerlingen?
1.
2.
3.
Sturen op verwachtingen en grenzen: Ga uiteen in duo’s en beantwoord en beantwoord samen de volgende vragen.
1. Bedenk beiden eens mooi voorbeeld van een situatie waarin het je al eens gelukt is om een leerling die niet deed wat er van hem of haar verwacht werd duidelijk te maken wat er van hem of haar verwacht wordt. Beschrijf hoe dit de leerling heeft geholpen om beter te gaan functioneren.
2. Bedenk beiden eens een mooi voorbeeld van een situatie waarin het je al eens is gelukt om een leerling die storend gedrag vertoonde effectief te corrigeren. Wat heb je toen gedaan? Wat werkte er goed?
3. Bedenk samen op wat voor ideeën dit jullie brengt om goed te kunnen sturen op verwachtingen en grenzen in de klas.
Feedback: Ga uiteen in duo’s en beantwoord en lees onderstaand tekstje over feedback. Beantwoord vervolgens samen de vragen die eronder staan.
Voor teams is het meestal nuttig wanneer teamleden vaardig zijn in het geven van feedback aan elkaar. Als voorbeeld kun je denken aan het open en constructieve manier bespreken van gemaakte fouten zodat deze kunnen worden opgelost en een volgende keer kunnen worden voorkomen. Het versterken van deze feedbackvaardigheid heeft meestal verschillende voordelen zoals: 1) door effectiever feedback te geven zijn we beter op de hoogte van wat er speelt, 2) daardoor kunnen we effectiever als team reageren en samenwerken, 3) daardoor kunnen we fouten voorkomen en een betere kwaliteit aan de klant bieden.
1. Waaraan zou jij merken dat deze vaardigheid sterker wordt in het team?
a.
b.
c.
2. Wat voor bijdrage kun jij zelf leveren aan het verbeteren van de feedback in het team?
a.
b.
c.
Evaluatie
De dag verliep op een prettige en constructieve wijze. Door de aard van de programmaonderdelen konden alle teamleden goed hun meningen en ideeën kwijt. De teamleden boden elkaar goed de ruimte en reageerden respectvol op elkaar. Ze toonden een grote betrokkenheid bij hun werk en met het team en kwamen met veel ideeën voor verdere verbetering naar voren. Na afloop van de dag is er door twee teamleden een verslag opgesteld waarin alles wat besproken en geproduceerd was op de dag vermeld stond. ik kreeg was dat er een constructieve en goede sfeer in het team bestaat.
Op deze site blogt Coert Visser over de toepassing van de oplossingsgerichte benadering in organisaties.
Laatste reacties
Inderdaad Ed heeft de eerste stap gezet naar een betere vergadercultuur, maar hij is …
reactie op: Medewerkers betrekken bij het verbeteren van de vergaderingenComplimenten voor Ed.Hij heeft zich kwetsbaar op durven stellen. Als leidinggevende w…
reactie op: Medewerkers betrekken bij het verbeteren van de vergaderingenWanneer is een gesprek 'effectief'? Wanneer men het eens is of probeert te zijn? Of w…
reactie op: Zonder wrijving geen glans? Welnee.