In mijn posts Objective reality as an asymptote en On truth: we can distinguish between false and falser (discussies die daarop volgende – vooral in mijn Solution-Focused Change LinkedIn groep) heb ik mijn kijk op het verschil tussen de werkelijkheid en onze interpretatie ervan beschreven.
Samenvattend pleit ik er tegen om 1) te zeggen dat de werkelijkheid niet bestaat, 2) te zeggen dat de werkelijkheid onkenbaar is voor ons, 3) te zeggen dat het geen zin heeft om ons begrip van de werkelijkheid te vergroten, 4) te zeggen dat het geen zin heeft om onderscheid te maken tussen de validiteit van de ene bewering en de andere en 5) iemands kijk op de werkelijkheid ‘iemands waarheid’ te noemen (en in het verlengde daarvan te zeggen dat iedereen zijn eigen waarheid heeft en dat ieders waarheid even waar is).
Ik pleit ervoor om: 1) te denken over de juistheid van onze zienswijzen en stellingen in continue termen (niet in discontinue termen), 2) de werkelijkheid te zien als een asymptoot die we kunnen benaderen, 3) onderscheid te maken tussen onze interpretaties/model van de werkelijkheid en de werkelijkheid zelf, 4) de beperkingen van de modellen die we hebben ontwikkeld te onderkennen en 5) expliciet te het verschil te onderkennen tussen stellingen die de werkelijkheid slechter beschrijven (onjuiste beweringen) en stellingen die de werkelijkheid beter beschrijven (minder onjuiste stellingen).
Mijn interpretatie van de befaamde “de kaart is niet het gebied” uitspraak van Alfred Korzybski (foto) beschrijft dit goed. Hij zei “de kaart is niet het gebied”, waarmee hij bedoelde dat een abstractie die ergens van afgeleid is of ergens een reactie op is, niet het ding zelf is. Korzybski beweerde dat veel mensen kaarten met gebieden verwarren, kortom modellen van de werkelijkheid met de werkelijkheid zelf. Dit beschrijft heel goed wat ik bedoel.
Gregory Bateson zei hierover het volgende: “We zeggen dat de kaart anders is dan het gebied. Maar wat is het gebied? Iemand trok eropuit met zijn netvlies of een meetstok en maakte representaties die op papier gezet werden. Wat op papier staat is een representatie van de representatie op het netvlies van de man die de kaart maakte. En als je de vraag verder terug drukt dan is wat je krijgt een een oneindige regressie, een oneindige serie kaarten. Het gebied komt helemaal nooit binnen Altijd zal het proces van representatie het uitfilteren zodat de mentale wereld slechts bestaat uit kaarten van kaarten, tot in het oneindige.”
Bateson voegde ook een andere interessante dimensie toe aan deze discussie door te zeggen dat de bruikbaarheid van een kaart (een representatie van de werkelijkheid) niet noodzakelijkerwijs een kwestie van haar letterlijkheid waarheid is, maar van de mate waarin haar structuur, voor het doel dat de we hebben, voldoende analoog is aan het gebied.
Tags: Bateson, De kaart is niet het gebied, Korzybski, oplossingsgericht, realiteit, werkelijkheid
4 Reacties
Hallo Willem,
Gödel, Escher, Bach vond ik indertijd een indrukwekkend en fascinerend boek.
Ben het met wat je zegt eens. ‘Kaarten’ zijn onmisbaar, het maken van ieders eigen ‘kaarten’ ook evenals het bespreken van ‘kaarten’ en het combineren ervan.
Belangrijk blijft wat mij betreft: het onderscheid blijven maken tussen kaarten en wat ze beschrijven en dus niet gaan denken dat het maken van je kaart het maken van het terrein is.
Voor mij hangt het ervan af met wie ik het erover heb. Praat ik met een groep mensen die nog helemaal geloven in de maakbaarheid van de toekomst en in de meetbaarheid van de omgeving, dan is het naar mijn idee wel heel zinvol om te praten over verschillende belevingen van de werkelijkheid en de discussie te openen waarom hun werkelijkheid meer waar(d) zou zijn dan die van een ander. Een discussie volgens de lijnen van Korsybski en Bateson lijkt mij op dat moment nog een stap te ver. Deze mensen moeten eerst verwerken dat Sinterklaas niet bestaat, voordat je een discussie kunt voeren over archetypen en symbolen.
Hallo Koos, bedankt voor je reactie. Sorry, maar ik begrijp niet helemaal wat je bedoelt. Bedoel je dat sommige mensen zozeer geloven dat wat zij denken de objectieve werkelijkheid is dat het geen zin heeft om dit bij hen ter discussie te stellen?



Interessante uitgangspunten, ik zou willen aanvullen dat de kaart(en) zelf wel weer een nieuw gebied kunnen vomen waar kaarten van gemaakt kunnen worden die weer een nieuwe gebied vormen waar … et cetera. Het roept bij mij herinneringen op aan Doeglas Hofstadters Gödel Escher Bach en de stapeling van ‘meta-geesten” waarbij degene die over de lamp wreef en drie wensen mocht doen de wens had een onbeperkt aantal wensen te mogen doen. Een vraag die niet beantwoord mocht worden door de geest uit de fles, die daarom een meta geest aan moest roepen om de vraag te hkunnen beantwoorden, die dat ook niet zelf kon et cetera.
De kaart is niet de werkelijkheid, maar soms heb je de kaart wel nodig om uitspraken te kunnen doen over de werkelijknheid, er is dan een meta niveau nodig met een andersoortige werkelijkheid / abstractieniveau. De twee zijn dan wel onlosmakelijk met elkaar verbonden, maar zijn niet uitwisselbaar.
De kaart is niet het gebied, maar zonder de kaart is het lastig navigeren.
Verschillende mensen kunnen overigens weer verschillende type kaarten maken met reporesentaties van de werkelijkheid die voor hun relevante verwijzingen en aanknopingspunten bevatten. Het verkrijgen van een groter inzicht in de onderliggende werkelijkheid bestaat dan misschien deels uit dialoog met elkaar over de verschillende kaarten en representaties van de werklijkheid. Dan werk je in dialoog aan een gezamenlijke meta-kaart, die uiteindelijk misschien de onderliggende verschillende kaarten kan vervangen (tijdelijk)
M vr gr
Willem de Vlaming