In zijn boek What Intelligence Tests Miss: The Psychology of Rational Thought legt Keith Stanovich uit hoe cognitieve psychologen het begrip rationaliteit definiëren. Ze onderscheiden twee basale vormen van rationaliteit: 1) instrumentele rationaliteit, je op zo’n manier gedragen dat je bereikt wat je wilt bereiken, en 2) epistemische rationaliteit, er voor zorgen dat je overtuigingen corresponderen met de werkelijk structuur van de wereld.
Op het gevaar af om te veel te vereenvoudigen lijkt het erop dat instrumentele rationaliteit gaat over doen wat werkt en epistemische rationaliteit over waarheid en de realiteit zien voor wat zij is. Het lijkt een valkuil om beide van deze rationaliteiten te negeren. Twee onwenselijke dingen kunnen dan gebeuren:
A. Je alleen richten op wat waar is maar vergeten om te doen wat werkt kan ertoe leiden dat je dingen negeert die je helpen te overleven en verbonden te blijven met andere mensen. In extreme gevallen kan dit leiden tot een situatie waarin de manier waarop jij dominante overtuigingen ter discussie stelt heersende instituties zodanig bedreigt dat ze je proberen te isoleren (of erger) (denk bijvoorbeeld aan Copernicus en aan Socrates).
B. Je alleen richten op doen wat werkt maar negeren wat waar is kan ertoe leiden dat je je efficiënt gaat bewegen door een web van onwaarheid waardoor je steeds verder van de werkelijkheid afkomt. In extreme gevallen kan dit leiden tot een zo vergaand pragmatisme dat je geleidelijk aan meegaat in en je aanpast aan situaties die systematisch menselijk welbevinden schaden (zoals het lid worden van een religieuze sekte).
Hierover denkend, bedacht ik de volgende visualisatie:
Tags: epistemische, instrumentele, Keith Stanovich, pragmatisme, rationaliteit, realiteit
2 Reacties
[...] Twee dimensies van rationaliteit [...]



[...] Twee dimensies van rationaliteit [...]